Tram en trein

17 juni 2011

Deze week staat in het teken van de tram en de trein. Op dinsdagavond zit zaal 7 van LUX vol met mensen die nieuwsgierig naar en, naar aan het eind van de avond blijkt, overwegend enthousiast zijn over de mogelijke terugkeer van de tram in Nijmegen. Het LUX-debat vormt de start van een publiekscampagne over Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) in Nijmegen.

Bij de invulling van dat HOV zien we grote kansen voor de herintroductie van de tram. In de jaren vijftig verdrong de de auto de tram uit Nijmegen. Het succes van de auto, en de daarmee gepaard gaande verkeersdruk, is nu juist aanleiding om te werken aan de terugkeer van de tram.

Tijdens het debat worden kritische vragen gesteld over mogelijke routes, de haalbaarheid en de effecten voor de markt die op zaterdag en maandag in de binnenstad staat. Een andere vraag die vaak terugkeert is of eerst een verbinding richting Kleve moet worden aangelegd, of dat een verbinding met de Waalsprong, het noordelijke stadsdeel, voorrang moet krijgen. Bij een meningspeiling over de haalbaarheid en de wenselijkheid aan het eind van de avond is ruim 80% voor. Een mooie opsteker.

De tram moet, als hij komt, voor het Centraal Station langsrijden. Ook hier staat de komende jaren het nodige te gebeuren. Naast het busstation start eind van dit jaar de bouw van het nieuwe Doornroosje met daaronder een megafietsenstalling met maar liefst 3750 plekken. De bouw van het nieuwe Doornroosje is onderdeel van een transformatie van het hele stationsgebied.

Die verandering trekken we ook door naar de westkant van het station. Daar moet een volwaardige entree komen, zodat het station nog meer een knooppunt wordt middenin de stad. Per dag komen nu al 40.000 in- en uitstappers op Centraal Station. Dan moet het ook een visitekaartje voor de stad zijn.

www2.nijmegen.nl/wonen/projecten/Spoorzone). Op donderdag ga ik daarom met mijn collega-wethouder Hannie Kunst van Ruimtelijke Ordening, een aantal ambtenaren en medewerkers van NS langs vijf stations (Amsterdam CS, Zaanstad, Haarlem, Leiden en Den Haag Holland Spoor) om een beeld te krijgen van wat mogelijk is, wat we niet moeten doen en nieuwe ideeën op te doen. Een inspirerende dag waarin we intensief praten over looproutes, inrichting van busstation, materiaalgebruik en kiosken en station meubilair. Om 22.00 uur zijn we weer terug in Nijmegen. Zo’n dagje treinen hakt er aardig in, maar geslaagd was het zeker!

Herinneren en de vlieger

9 mei 2011

De eerste week van mei staat in het teken van herinneren. Het begint voor mij op 4 mei om 18.00 op de Kity de Wijze plaats, aan de voet van de St. Stevenskerk. Onder donkere wolken waaruit een paar honderd regendruppels vallen, komt de Joodse gemeenschap samen om de uit Nijmegen weggevoerde 417 vaders, moeders, ooms, tantes en kinderen te herdenken. Thom de Graaf leest de eerste 40 namen voor, inclusief de naam van het concentratiekamp waar deze Nijmegenaren omkwamen.  Daarna volgen alle andere namen, voorgelezen door verschillende leden van de Joodse gemeente. Voor ons staan acht kinderen met witte rozen geduldig te wachten tot alle namen genoemd zijn. Een indrukwekkend moment en een indrukwekkende manier van herinneren.

In de St. Stevenskerk, die helemaal vol zit, begint om 19.00 uur de herinneringsbijeenkomst die voorafgaat aan de herdenking op de Traianusplein. Na het welkom van de burgemeester houdt Ybo Buruma een prachtig verhaal op het thema van het 4/5 mei Comité ‘Vrijheid op straat’. Hoe zijn vader tijdens de oorlog met de handen diep in zijn zakken langs een Duitse soldaat liep. Die sommeerde hem de handen uit de zakken te halen omdat dat hier (ergens op de Heyendaalseweg) niet mocht. Er was een Duitse eenheid ingekwartierd in een school. De simpele vrijheid om met de handen in je zakken te lopen, wordt beperkt door de bezetter. Op de terugweg langs de school besluit vader Buruma, met de handen nog dieper in de zakken langs de school te lopen. Als een soort protest tegen deze inperking van de vrijheid op straat.

Buruma vraagt in zijn verhaal aandacht voor de daders. De daders van verzet of van meedoen met de bezetter. Hij houdt ons de vraag voor ons af te vragen of we over 10 jaar nog trots zijn wat we op het internet schreven, wat we riepen als lid van een groep. In een omgeving waarin vreselijke dingen keer op keer worden gezegd wordt het gemakkelijk daar zelf ook aan mee te gaan doen. Een mooi beeld, waarbij hij ook refereert aan het verbod op de lezing van Thomas von der Dunck, waarin die een parallel trekt tussen ontwikkelingen in de Nederlandse politiek nu en de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog.

Het herdenkingsconcert dat het Raboud Bachkoor Nijmegen en het Nijmeegs Studentenorkest daarna in de Vereeniging geven is prachtig. Vooral het Requiem van Mozart is groots. We kunnen trots zijn op twee zulke fantastische gezelschappen in Nijmegen. Nog maar twee weken geleden verzorgden ze in dezelfde zaal een prachtige uitvoering van de Johannes Passion.

DAt is heel wat andere kost dan dit is De Vlieger, de smartlap van Andre Hazes die ik met collega-wethouders Hannie Kunst en Jan van der Meer als Hannie en de rekels, op 8 mei zing op de Dag van het Levenslied. Alledrie in het wit met een strohoed op ons hoofd staan we op het podium. Bo van de Graaf begeleidt ons. We doen ons best, maar kunnen onszelf en elkaar niet horen. De monitor op het podium werkt niet voor ons. Maar het publiek kent de tekst (beter dan wij) en zingt uit volle borst mee. Bo speelt een superlang tussenstuk waarop we maar wat dansen op het podium. We hebben lol dat wel. Maar ons voornemen om een eendagsvlieg te zijn in de muziekbusiness is geslaagd. Het was leuk, en we hebben lol. Het publiek is gul met applaus.

Achter het podium drinken we nog een biertje om de spanning weg te drinken, terwijl Jaap Bak ons de wielrennervraag stelt. ‘Wat ging er door je heen’. We hebben het gedaan en dat was het belangrijkste. En het was leuk en dat telt nog meer. Voor de liefhebbers nog een link naar youtube.

School ’s Cool en Future Click

28 april 2011

De dag begint met een werkbezoek aan School’s Cool. In het Bedrijvencentrum Groenestraat krijg ik een presentatie en volgt een gesprek met de coördinator, het bestuur en enkele mentoren. School ’s Cool begon zes jaar geleden in Nijmegen met de begeleiding van kwetsbare kinderen in groep acht van de basisschool. De overstap van basisschool naar voortgezet onderwijs is groot, en voor sommige kinderen te groot. De begeleiding is er op gericht deze kwetsbare leerlingen te begeleiden bij de overgang naar het voortgezet onderwijs. Volwassenen begeleiden deze leerlingen een uur per week thuis met hun huiswerk.

Het project, dat ook in andere gemeenten in Nederland loopt, bereikt in Nijmegen 110 leerlingen. En dit jaar zijn er 70 aanmeldingen en maar 40 plaatsen. De discussie gaat al snel over wie er nou eigenlijk verantwoordelijk is voor deze vorm van begeleiding. Moet niet de school zelf zorgen voor dit soort begeleiding van leerlingen? Het is een goede vorm van preventie zodat voorkomen kan worden dat leerlingen veel duurdere vormen van hulp en begeleiding nodig hebben, zoals bijvoorbeeld het FlexCollege.

Dit jaar is een vervolgproject gestart onder de naam Future Click , om ook leerlingen van 14-16 jaar via een coachtraject begeleiding te geven zodat er uit komt wat er in zit. Een vervolg dat de gemeente met een startsubsidie ondersteunt. Ik ben onder de indruk van de motivatie van de mensen aan tafel. De mentoren die hun levenservaring vrijwillig in hun mentoraat beschikbaar stellen en daardoor een goed rolmodel voor de leerlingen zijn.

Op de terugweg naar het stadhuis vraag ik me af hoe dit project (met een begroting van twee ton) gefinancierd kan worden. Hoe kunnen we deze vorm van, relatief goedkope leerlingenzorg, integraal onderdeel laten zijn van de zorgstructuur voor leerlingen in het basis- en het voortgezet onderwijs? Daarvoor zou niet alleen de gemeente (financieel) verantwoordelijk moeten zijn, maar ook de scholen zelf. Ik neem mij voor dit binnenkort in het reguliere overleg dat we met de schoolbesturen hebben in te brengen.

Peuterspeelzalen in verandering

6 april 2011

Een belangrijk onderwerp waar ik het laatste half jaar veel mee bezig ben is de voorschoolse educatie zoals het zo mooi heet. Eigenlijk gaat het om de manier waarop we in de toekomst de peuterspeelzalen en de kinderopvang in Nijmegen regelen. Deze week heb ik twee werkbezoeken aan kinderopvang locaties en een peuterspeelzaal.

Maandagochtend om negen uur schuiven we aan in de Notendop, een peuterspeelzaal van KION in Neerbosch Oost. 14 peuters zitten in een kringetje om de twee ‘juffen’ die een verhaal vertellen over muis die een nieuw huis zoekt, omdat de appel die hij gevonden heeft er niet in past. Alle dieren uit het verhaal liggen op een tafel en worden er bij gehaald als ze in het verhaal aan de orde komen. De peuter kennen het verhaal natuurlijk al lang, maar kinderen houden van herhaling en hier is het heel zinvol voor het leren van de taal.

Het gesprek dat we na het bezoek aan de groep met ouders van diverse peuterspeelzalen hebben is zeer informatief. Wat opvalt is dat ouders kinderen een deel willen onderbrengen in een peuterspeelzaal maar ze vooral ook veel tijd thuis willen hebben. De peuterspeelzaal is belangrijk, zo geven ze allemaal aan om de ontwikkeling van het kind te stimuleren en het goed voor te bereiden op de basisschool.

Nu gaan we de komende jaren de peuterspeelzalen in de huidige vorm niet meer subsidiëren. We willen naar een vorm van kinderopvang toe waarbinnen de pedagogische en didactische verworvenheden van het peuterspeelzaalwerk gewaarborgd zijn. Bovendien willen we de de kinderopvang voor alle kinderen toegankelijk houden. Dat is een grote verandering ten opzichte van het verleden, waarin de gemeente alle peuterspeelzalen, via KION subsidieerde.

Binnenkort stuur ik een startnotitie naar de gemeenteraad waarmee we de discussie met alle aanbieders van kinderopvang en het onderwijs gaan starten. Er zijn nog veel vragen te beantwoorden, voor we de definitieve, nieuwe kinderopvang in Nijmegen hebben gerealiseerd.

Midden in het gesprek met de ouders word ik gebeld door de burgemeester. Of ik onmiddellijk naar het stadhuis wil komen voor een extra collegevergadering. Noodzakelijk vanwege het plotselinge aftreden van Floris Tas, mijn collega wethouder. Aangeslagen meld ik aan het groepje ouders dat ik helaas terug moet naar het stadhuis. Onderweg naar het stadhuis vraag ik me af hoe ik Floris zal aantreffen. Ik heb waardering voor zijn keuze. Het is makkelijker om te zeggen dat je wel wethouder wilt worden, maar een stuk moeilijker om er voor het eind mee te stoppen. Veel respect voor zijn keuze.

Politiek gaat voor en dat vergeet je ook wel eens als je op werkbezoek bent.

De tram terug in Nijmegen

31 maart 2011

Afgelopen dinsdagavond mocht ik in Museum de Stratemakerstoren vertellen hoe we met het project Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) werken aan de terugkeer van de tram in Nijmegen. Temidden van prachtige foto’s en verhalen van de tram zoals die tot de jaren vijftig in Nijmegen en de omgeving reed. Trotse trambestuurders naast hun tram en feestvierende bewoners bij de ingebruikname van alweer een nieuwe lijn naar hun wijk.

Zover zijn we nu nog niet maar ik merk dat er veel enthousiasme is voor de terugkeer van de tram. Onder de bezoekers van mijn lezing bevond zich één van de laatste bestuurders van het Bergspoor, de tramlijn tussen Nijmegen en Berg en Dal. Een andere bezoeker was zelfs speciaal uit Maarssen gekomen. Oude liefde roest kennelijk niet!

We hebben het laatste jaar enorme stappen vooruit gezet met het ontwikkelen van onze plannen. De eerste HOV-lijn (Lijn 1) loopt wat ons betreft van treinstation Heyendaal via het centrum naar Nijmegen-Noord. Daar zou een tak moeten afbuigen naar Elst en de andere naar Bemmel. Om een tram te realiseren moet er veel geïnvesteerd worden en om die kosten terug te verdienen zijn voldoende passagiers nodig. Op het genoemde traject weten we nu al zeker dat tussen centraal station en de campus Heyendaal voldoende passagiers zijn om een tram rendabel te maken. Dat wordt nog beter als we de tram meteen door laten rijden naar Plein 44.

Nog beter wordt het als het lukt deze tram niet bij Heyendaal te laten stoppen maar als die door kan rijden naar Kleve. De grens over dus, naar Duitsland. Kortgeleden heeft de Stadsregio een rapport vastgesteld waarin de resultaten staan van de haalbaarheidsstudie van herstel van de spoorverbinding met Kleve. Uit het onderzoek blijkt dat de lijn haalbaar is, zéker als ze gekoppeld wordt aan de tram in Nijmegen. Dan ontstaat een rechtstreekse verbinding tussen Nijmegen centrum en Kleve centrum.

Daar waar in Nederland en het buitenland de afgelopen jaren tramverbindingen zijn aangelegd blijkt dat het aantal passagiers na ingebruikname tientallen procenten hoger ligt dan de prognoses. Ik ben er dan ook van overtuigd dat de tram in Nijmegen kan terugkeren en kan bijdragen aan het verbeteren van de bereikbaarheid van de stad. Wanneer rijdt ie dan? Dat is een lastig te beantwoorden vraag, maar als alles voorspoedig verloopt, zou het in 2017 mogelijk moeten zijn.

Voorlopig blijft er nog veel werk te verrichten om de vele tientallen miljoenen die er nodig zijn bij elkaar te lobbyen. Dat geld moet onder andere van de Stadsregio en het Rijk komen. En we moeten zelf nog sparen. Basis voor succes is in ieder geval enthousiasme voor het plan. Dat proefde ik in de zaal, en dat zie je ook terug in de resultaten van een peiling onder de leden van het Stadspanel. Ik ben benieuwd of we datzelfde enthousiasme gaan treffen tijdens de ‘Dialoog met de stad’ die de komende maanden gevoerd gaat worden. Doel van deze dialoog is het inventariseren van wensen en eisen van belanghebbenden, onder andere door middel van stadsgesprekken, een Lux-debat, een bezoekersruimte, en de inzet van social media. Wat mij betret is het motto voor de komende maanden dan ook: ‘denk mee over het HOV!’