Archief van de categorie ‘Politiek’

School ’s Cool en Future Click

donderdag 28 april 2011

De dag begint met een werkbezoek aan School’s Cool. In het Bedrijvencentrum Groenestraat krijg ik een presentatie en volgt een gesprek met de coördinator, het bestuur en enkele mentoren. School ’s Cool begon zes jaar geleden in Nijmegen met de begeleiding van kwetsbare kinderen in groep acht van de basisschool. De overstap van basisschool naar voortgezet onderwijs is groot, en voor sommige kinderen te groot. De begeleiding is er op gericht deze kwetsbare leerlingen te begeleiden bij de overgang naar het voortgezet onderwijs. Volwassenen begeleiden deze leerlingen een uur per week thuis met hun huiswerk.

Het project, dat ook in andere gemeenten in Nederland loopt, bereikt in Nijmegen 110 leerlingen. En dit jaar zijn er 70 aanmeldingen en maar 40 plaatsen. De discussie gaat al snel over wie er nou eigenlijk verantwoordelijk is voor deze vorm van begeleiding. Moet niet de school zelf zorgen voor dit soort begeleiding van leerlingen? Het is een goede vorm van preventie zodat voorkomen kan worden dat leerlingen veel duurdere vormen van hulp en begeleiding nodig hebben, zoals bijvoorbeeld het FlexCollege.

Dit jaar is een vervolgproject gestart onder de naam Future Click , om ook leerlingen van 14-16 jaar via een coachtraject begeleiding te geven zodat er uit komt wat er in zit. Een vervolg dat de gemeente met een startsubsidie ondersteunt. Ik ben onder de indruk van de motivatie van de mensen aan tafel. De mentoren die hun levenservaring vrijwillig in hun mentoraat beschikbaar stellen en daardoor een goed rolmodel voor de leerlingen zijn.

Op de terugweg naar het stadhuis vraag ik me af hoe dit project (met een begroting van twee ton) gefinancierd kan worden. Hoe kunnen we deze vorm van, relatief goedkope leerlingenzorg, integraal onderdeel laten zijn van de zorgstructuur voor leerlingen in het basis- en het voortgezet onderwijs? Daarvoor zou niet alleen de gemeente (financieel) verantwoordelijk moeten zijn, maar ook de scholen zelf. Ik neem mij voor dit binnenkort in het reguliere overleg dat we met de schoolbesturen hebben in te brengen.

Peuterspeelzalen in verandering

woensdag 6 april 2011

Een belangrijk onderwerp waar ik het laatste half jaar veel mee bezig ben is de voorschoolse educatie zoals het zo mooi heet. Eigenlijk gaat het om de manier waarop we in de toekomst de peuterspeelzalen en de kinderopvang in Nijmegen regelen. Deze week heb ik twee werkbezoeken aan kinderopvang locaties en een peuterspeelzaal.

Maandagochtend om negen uur schuiven we aan in de Notendop, een peuterspeelzaal van KION in Neerbosch Oost. 14 peuters zitten in een kringetje om de twee ‘juffen’ die een verhaal vertellen over muis die een nieuw huis zoekt, omdat de appel die hij gevonden heeft er niet in past. Alle dieren uit het verhaal liggen op een tafel en worden er bij gehaald als ze in het verhaal aan de orde komen. De peuter kennen het verhaal natuurlijk al lang, maar kinderen houden van herhaling en hier is het heel zinvol voor het leren van de taal.

Het gesprek dat we na het bezoek aan de groep met ouders van diverse peuterspeelzalen hebben is zeer informatief. Wat opvalt is dat ouders kinderen een deel willen onderbrengen in een peuterspeelzaal maar ze vooral ook veel tijd thuis willen hebben. De peuterspeelzaal is belangrijk, zo geven ze allemaal aan om de ontwikkeling van het kind te stimuleren en het goed voor te bereiden op de basisschool.

Nu gaan we de komende jaren de peuterspeelzalen in de huidige vorm niet meer subsidiëren. We willen naar een vorm van kinderopvang toe waarbinnen de pedagogische en didactische verworvenheden van het peuterspeelzaalwerk gewaarborgd zijn. Bovendien willen we de de kinderopvang voor alle kinderen toegankelijk houden. Dat is een grote verandering ten opzichte van het verleden, waarin de gemeente alle peuterspeelzalen, via KION subsidieerde.

Binnenkort stuur ik een startnotitie naar de gemeenteraad waarmee we de discussie met alle aanbieders van kinderopvang en het onderwijs gaan starten. Er zijn nog veel vragen te beantwoorden, voor we de definitieve, nieuwe kinderopvang in Nijmegen hebben gerealiseerd.

Midden in het gesprek met de ouders word ik gebeld door de burgemeester. Of ik onmiddellijk naar het stadhuis wil komen voor een extra collegevergadering. Noodzakelijk vanwege het plotselinge aftreden van Floris Tas, mijn collega wethouder. Aangeslagen meld ik aan het groepje ouders dat ik helaas terug moet naar het stadhuis. Onderweg naar het stadhuis vraag ik me af hoe ik Floris zal aantreffen. Ik heb waardering voor zijn keuze. Het is makkelijker om te zeggen dat je wel wethouder wilt worden, maar een stuk moeilijker om er voor het eind mee te stoppen. Veel respect voor zijn keuze.

Politiek gaat voor en dat vergeet je ook wel eens als je op werkbezoek bent.

Gratis bestaat niet …

dinsdag 8 februari 2011

In tijden van bezuinigingen loop ik elke dag aan tegen het dilemma wat wel en wat niet door de overheid (financieel) ondersteund zou moeten worden. Veel van de initiatieven die in Nijmegen genomen worden, of het nu om cultuur gaat of om ondersteuning van mensen die het minder breed hebben, zijn op zichzelf beschouwd zeker de moeite waard. Maar tegelijkertijd kost elke activiteit geld en de vraag is dus vaak wie dat moet betalen.

Er zijn een paar mogelijkheden. De deelnemer betaalt zelf de volledige kosten voor de dienst die hij ontvangt of de activiteit waar hij aan deelneemt. Het lijkt er op dat de landelijke overheid met name in het cultuurbeleid deze koers vaart. Wie wil genieten van cultuur, moet het volle pond betalen.

Een tweede mogelijkheid is dat de afnemer, de bezoeker of de gebruiker een deel van de kosten betaalt. De rest betaalt de overheid, hoewel dat natuurlijk ook weer wijzelf zijn want het geld komt uit de belastingen die we met z’n allen betalen. Deze vorm zien we in allerlei voorzieningen terug. Ons openbaar vervoer bijvoorbeeld wordt voor 50% betaald uit belastinggeld. De overheid neemt daarmee een verantwoordelijkheid voor deze voorziening. De andere 50% moet komen uit de verkoop van de bus- en treinkaartjes.

Tenslotte betaalt de overheid alle kosten van het overheidsapparaat zelf. Alle ambtenaren, politici, ons leger, de politie: 100% financiering door de overheid. We vinden dat vanzelfsprekend maar staan er vaak niet bij stil. Die middelen brengen we met z’n allen op via de belastingen.

Voor sommige publieke diensten, zoals het openbaar vervoer, klinkt ook steeds weer de roep om het voor iedereen gratis te maken of als dat niet kan, dan in ieder geval voor minima en/of ouderen.

Maar gratis openbare voorzieningen bestaan niet. Die worden allemaal betaald via belastinginkomsten. Met ons eigen geld dus.De rijksoverheid gaat 18 miljard bezuinigen en dus vloeit er minder belastinggeld naar de gemeente. Willen we onze voorzieningen in Nijmegen allemaal overeind houden, dan moet de eigen bijdrage van de gebruikers omhoog of zullen we de gemeentelijke belastingen moeten verhogen.

Een andere mogelijkheid is de bijdrage van de overheid helemaal af te schaffen en dan maar te bekijken of er voldoende mensen zijn die voor die specifieke activiteit willen betalen. Dan zullen er ongetwijfeld activiteiten verdwijnen.

De politiek heeft de komende maanden de moeilijke taak keuzes te maken. De keuze tussen helemaal niet meer subsidiëren, minder geld beschikbaar stellen of vasthouden aan het belang van een bepaalde instelling of activiteit. Daarbij moeten scherpe keuzes gemaakt worden. Het wordt een lastige lente.

Doornroosje wakker gekust

dinsdag 1 februari 2011

Raadsvergaderingen vinden iedere twee weken op woensdagavond plaats en vragen altijd de nodige voorbereidingen. De raadsvragen, moties of amendementen worden de dag van tevoren door de griffie doorgestuurd en dan gaat het raderwerk een versnelling hoger om op tijd op alle vragen een helder antwoord te formuleren. Die worden vervolgens in de loop van de woensdag met mij doorgesproken, en verder aangescherpt.

Afgelopen woensdagavond stond de behandeling van Doornroosje op de agenda. Mijn collega-wethouder Hannie Kunst heeft de laatste maanden hard gewerkt om het voorstel klaar te krijgen. Ik ben betrokken omdat Doornroosje in mijn portefeuille zit en we een fietsenstalling van maar liefst 3750 plaatsen willen realiseren. Er is al jaren over nieuwbouw gesproken en vanavond moet de kogel door de kerk.

Voor ‘Roosje’ aan de orde komt in de raadsvergadering, heb ik nog een paar stevige discussies te gaan in diverse raadskamers. De d’Almarasweg is het eerste onderwerp dat aan de orde komt. Veel scholieren gebruiken deze smalle weg, die ook een belangrijke route is voor autoverkeer van en naar de universiteit. De raad krijgt 1551 handtekeningen aangeboden door de Fietsersbond met het verzoek vrijliggende fietspaden aan te leggen. Helaas ontbreken de miljoenen die daarvoor nodig zijn, maar de maatregelen die ik aankondig (30km-regime en bus- en fietsvriendelijke verkeersdrempels) krijgen wel steun. Er is begrip.

Dan volgen nog raadskamers over gratis openbaar vervoer voor 65-plussers met een minimum-inkomen en een toelichting op onze plannen met de Stratemakerstoren. Na kort collegeoverleg begint de raadsvergadering met een emotionele discussie over de kandidatuur van Thom de Graaf voor de Eerste Kamer voor D66. Hij houdt een uitstekend verhaal en overtuigt de raad. Een door de SP ingediende motie om De Graaf te weerhouden van zijn kandidatuur krijgt alleen steun van Gewoon Nijmegen. Dat is mooi.

Dan schuiven Hannie en ik aan voor de bespreking van het voorstel voor de nieuwbouw van Doornroosje. Er is nog wat gesteggel over openbaarheid van de cijfers maar de antwoorden die we schriftelijk al gegeven hebben, en de beantwoording van de vragen in het debat overtuigen een ruime meerderheid. Helaas stemt het CDA toch tegen.

Na een hele lange discussie is eindelijk de kogel door de kerk. Doornroosje is wakker gekust en gaat in 2014 naar een prachtig nieuw onderkomen naast het station. Ik ben extra blij met de grote fietsenstalling onderin het gebouw. Maar liefst 3750 plaatsen komen er daar bij. Een grote vooruitgang voor mensen die in de buurt van het station hun fiets willen parkeren.

Vliegende start

zaterdag 15 januari 2011

2011 begint met de nieuwjaarsreceptie van de gemeente in de Vereeniging. De receptie maakt mooi duidelijk wat voor bijzondere dingen er op onderwijsgebied gebeuren in Nijmegen. Zo wordt Mia Schoffelen, initiatiefnemer van het prachtige vrijwilligersproject School’s Cool uitgeroepen tot Nijmegenaar van het jaar 2010. School’s Cool is een mentororganisatie die kwetsbare leerlingen begeleidt en ondersteunt bij de overgang van basisschool naar het voortgezet onderwijs. School’s Cool begon vijf jaar geleden met twintig kinderen. Dankzij de inzet van Mia Schoffelen is in 2010 de 100ste mentor actief geworden. Deze vrijwillige mentoren begeleiden wekelijks zo’n honderd risicoleerlingen, en leveren zo een grote bijdrage aan het voorkomen schooluitval en het vergroten van onderwijskansen van de leerlingen.

Maar School´s Cool is niet het enige onderwijsproject waarmee de bezoekers van de nieuwjaarsreceptie kennis maken. Ook het ROC Nijmegen is goed vertegenwoordig met de leerlingen van de Willem Nijholt Academie. Deze leerlingen volgen een speciale opleiding voor een beroeps-carrière in het theatervak, en laten een volle zaal zien wat ze waard zijn.

De volgende dag begint het normale werkpatroon zijn plaats weer in te nemen. De eerste college-vergadering staat nog in het teken van het opstarten maar al snel gaat het weer over wezenlijke ontwikkelingen in de stad. We zijn ons er als college van bewust dat we de komende maanden steeds meer zicht krijgen op de effecten van het nieuwe Rijksbeleid op de financiële situatie van de gemeente en welke gevolgen dat heeft voor onze ambities.

De eerste week is er ook tijd voor een interview door drie leerlingen van de groenschool Helicon. Ze zijn op school bezig met een project over homoseksualiteit en willen iemand met ervaring en in een verantwoordelijke positie daarover interviewen.

Ze zijn met z’n drieën. Een beetje schuchter komen ze mijn kamer binnen. 13 en 14 jaar zijn ze. De vragen hebben ze keurig voorbereid en op een keurig opgevouwen briefje geschreven. Eén zal het verslag maken en de andere twee stellen om en om de vragen. Het zijn de gebruikelijke vragen over of ik weleens gepest ben, wanneer ik ‘uit de kast kwam’, of ik het aan mijn moeder heb verteld etcetera. In het begin wordt elk antwoord dat ik geef gevolgd door een volgende vraag en ontstaat er nauwelijks een gesprek. Gelukkig verandert dat na een half uurtje als ze zich meer op hun gemak voelen en merken dat ze mij echt alles kunnen vragen.

Het valt me op dat deze kinderen signaleren dat de intolerantie in hun omgeving toeneemt. Het is daarom heel goed dat hun school dit project organiseert, en dat ze in dit project kennismaken met volwassenen die niet geheimzinnig doen over hun seksuele voorkeur. In Nijmegen draait om die reden ook al jaren een voorlichtingsproject voor het voortgezet onderwijs. Zo’n project willen we ook voor de bovenhouw van het basisonderwijs en op het ROC. COC en GGD zijn met de ontwikkeling bezig en ik hoop nog dit jaar de plannen door de raad te krijgen.

Het gesprek met deze jongeren was daarom weer heel leerzaam, want het illustreerde uitstekend waarom voorlichting over dit onderwerp in het basis en in het voortgezet onderwijs zo belangrijk is.