Archief van de categorie ‘Onderwijs’

Playing for success

dinsdag 14 december 2010

Tegen zes uur rijd ik op zaterdagavond richting het stadion van NEC. Hoewel NEC vanavond thuis tegen Willem II speelt, is dat niet het doel. In de persruimte wordt vanavond een overeenkomst getekend door de schoolbesturen voor primair en voortgezet onderwijs en NEC. Ze gaan het project ‘Playing for succes’ uitvoeren.

Dit concept dat is overgewaaid uit Engeland richt zich op kinderen in de leeftijd van 8 tot 14 jaar die op school minder presteren dan ze zouden kunnen. Gedurende 10 weken krijgen ze een keer per week 2,5 uur begeleiding in het stadion van NEC. Ze krijgen in groepjes van maximaal 15 kinderen huiswerkbegeleiding maar maken ook kennis met de profs van NEC. Het voetbalstadion, de sport en de professionele omgeving hebben een positieve invloed op de prestaties van de leerlingen. Het project pas ook mooi in een groot aantal activiteiten die NEC doet voor en met de stad onder het motto, ‘Wij staan voor de wijk’.

In het stadion is het al een drukte van belang. Op de bar staat een schaal broodjes. Overal supporters begeleiders, televisie-camera’s. Het eerste publiek zoekt ook al een plekje op de tribune. In de persruimte ontmoet ik de vertegenwoordigers van de schoolbesturen, NEC-directeur Jacco Swart, en de begeleiders van de leerlingen.

Voor de perstafel staat een groot bord waarop alle betrokkenen hun handtekening zetten. Naast NEC en de schoolbesturen zijn dat ook de Hogeschool Arnhem Nijmegen, ROC Nijmegen en de stichting Wij staan voor de wijk. Ook de gemeente draagt Playing for succes een warm hart toe. Alle aanwezigen zijn het erover eens dat het goed is dat dit veelbelovende concept ook bij andere profclubs in Nederland wordt opgezet. De komende drie jaar zullen veel jongeren inspiratie uit deze omgeving halen en ook meer uit zichzelf.

Er worden foto’s gemaakt en de camera van Nijmegen 1 legt alles vast. De broodjes staan onaangeroerd op de bar. Voor iedereen die voor de wedstrijd blijft, is er een diner boven in het stadion. Ik neem afscheid om thuis te gaan eten en een afspraak gestand te doen die al weken geleden gemaakt werd. Dat gaat nu voor. Al had ik natuurlijk NEC wel met 3-1 willen zien winnnen.

‘Verdwenen’ leerlingen

maandag 5 juli 2010

Hoewel het grootste deel van het onderwijsbeleid uit Den Haag komt, merk ik dat dat ik als wethouder op veel manieren invloed kan hebben op de kwaliteit van het onderwijs. Vooral wanneer er gemeentelijke middelen beschikbaar zijn voor extra aandacht voor risico-groepen. Zo leggen we de komende jaren veel nadruk op voorschoolse educatie en op het tegengaan van schooluitval in het voortgezet, en dan met name, het Middelbaar Beroeps Onderwijs (ROC). Daarnaast is het uitbreiden van het aantal ‘Brede Scholen’ een belangrijk terrein waarop de gemeente invloed heeft. Vorige week heb ik me intensief met elk van deze thema’s bezig gehouden.

Zo was ik dinsdag te gast op het ROC waar zo’n dertig gastouders van KION vanaf januari een cursus hebben gevolgd om als gastouder thuis kinderen op te vangen. Met het diploma kunnen ze zich laten inschrijven in het landelijk register kinderopvang. De gastouders zijn meestal vrouwen, Ik mag de cursisten toespreken en roep ze op vooral niet te stoppen na deze eerste cursus, maar verdere stappen te zetten in hun ontwikkeling als gastouder, zodat ze helemaal toegerust zijn op het bieden van een warm en geborgen klimaat voor kinderen De cursisten stralen en familieleden maken foto’s van het ondertekenen van de diploma’s. Komende week ontvangen nog eens enkele tientallen ouders hun diploma. Onder de cursisten die afgelopen dinsdag hun diploma ontvingen zaten trouwens ook twee mannen. Heel weinig, maar toch..

Op datzelfde ROC was ik woensdag wederom te gast, deze keer voor overleg met het ministerie van Onderwijs en het college van bestuur van het ROC om maatregelen te bespreken om vroegtijdig schoolverlaten tegen te gaan. Leerlingen die soms zomaar verdwijnen en die met heel veel aandacht van o.a. ons Bureau Leerplicht opgespoord worden om ze voor school te behouden. Maar de problemen van veel van deze jongeren zijn gigantisch. Verslaving, misbruik thuis, (gok)schulden maar ook ongemotiveerdheid door keuze van de verkeerde opleiding. Om de schooluitval tegen te gaan slaan gemeente en ROC nu de handen ineen om nog in september een groot deel van de dit schooljaar ‘verdwenen’ leerlingen op te sporen en terug te begeleiden naar een opleiding. Daarmee moet het percentage schooluitvallers de komende jaren 40% naar beneden gebracht. Een forse en belangrijke opdracht voor het ROC, want we mogen niet accepteren dat leerlingen zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten.

De gemeente Njimegen steekt veel geld in de aanpak van laaggeletterdheid. Dat kunnen lezen en schrijven niet vanzelfsprekend is voor veel meer mensen dan ik dacht, bleek me donderdagmiddag weer toen een vertegenwoordiging van de mensen die binnen het ROC aan de aanpak van laaggeletterdheid werken bij mij op bezoek kwam. Eén van de cursisten kwam als ambassadeur mee en vertelde hoe hij na vele jaren de schroom overwonnen had om tegen zijn huisarts te zeggen dat hij niet kon lezen en schrijven. Hij werkte al jaren full time bij een telefoonaanbieder, en moest door zijn zeer beperkte schrijfcapaciteiten vooral vertrouwen op zijn geheugen om zijn werk te kunnen doen. Een cursus lezen en schrijven bij het ROC gaf hem het zelfvertrouwen terug om zich verder te ontwikkelen. Als ambassadeur voor de cursussen voor laaggeletterden bij het ROC vertelt hij nu overal over het belang van lezen en schrijven.

Voor mij maakte dit indrukwekkende verhaal weer eens duidelijk dat onderwijsbeleid ook op lokaal niveau iets voorstelt. Goed overleg met alle partijen en het beschikbare geld gericht inzetten voor de leerlingen die risico lopen, is de prioriteit. Zowel in de voorschoolse periode als in het voortgezet en het middelbaar onderwijs.

De waarheid

donderdag 1 oktober 2009

Steeds meer politici beweren met grote stelligheid dat ze precies weten hoe het zit en dat ze de juiste oplossing hebben. Gisteravond zat ik in een ‘kamerronde’ (soort commissievergadering van de gemeenteraad) waar gesproken werd over de bouw van een nieuwe vmbo-school in Lindenholt (Nijmegen West). Op de tribune ‘verontruste buurtbewoners’ die zeker wisten dat de nieuwe school veel te groot zou worden (maximaal 850 leerlingen) en dat die veel overlast zouden geven in de wijk. Een raadslid wist zeker dat de school veel te groot zou worden en dat het een leerfabriek zou zijn. Een ander raadslid wist zeker dat de locatie niet goed was omdat er langs het terrein een weg loopt die over enkele jaren verbonden is met de stadsbrug en dat er daarom veel meer verkeer komt en dat dus de luchtkwaliteit niet aan de normen zal voldoen. De wethouder wist zeker dat hij de procedure zorgvuldig had gevolgd en dat de wijkbewoners op tijd waren ingelicht. Allemaal zekerheden.

Agnes Jongerius weet zeker dat het verhogen van de AOW-leeftijd asociaal is en twee miljoen Nederlanders (het is onderzocht) zijn het met haar eens. Daartegenover staan de werkgevers die hun eigen zekerheden hebben, bijvoorbeeld dat de AOW onbetaalbaar wordt als we niet ingrijpen. Dat weet overigens ook de regering zeker.

Hoewel heel verschillende zijn beide situaties vergelijkbaar. In het debat over wat er wel en niet moet gebeuren moeten we tegenwoordig vooral heel zeker zijn van onszelf en wat we naar voren brengen moet de waarheid zijn. Alleen als we het zo presenteren, hebben we kans dat we onze kiezers, het publiek, onze achterban, achter ons krijgen of houden. Maar zou het niet goed zijn als we eens wat minder bezig zijn met wat onze eigen, beperkte achterban er van vindt en, zeker als volksvertegenwoordiger of bestuurder kijken naar het algemeen belang. Daar mag wat mij betreft af en toe best een verschil tussen zitten. Want wat ik nu misschien als waarheid zie kan achteraf blijken toch iets anders te zijn. Ik weet het ook niet altijd allemaal zo heel zeker.

Zedenmisdrijven

dinsdag 23 juni 2009

Afgelopen week onstond opschudding op een basisschool in Nijmegen omdat twee 7-jarige kinderen twee klasgenootjes van zes en zeven hadden ‘verkracht’. Let op het taalgebruik. De leerkrachten probeerden de zaak intern af te handelen, maar een flinke groep ouders dwong het team, via de ouderraad, om actie te ondernemen. In NRC Next schreef een van de ouder vandaag een ingezonden stuk waarin ze de positie betrekt dat de eventuele schade die de kinderen oplopen veroorzaakt wordt door het gedrag van de ouders en niet door de zogenaamde ‘verkrachting’.

Wat bezielt deze ouders? Natuurlijk kan ik me voorstellen dat je niet wil dat jouw kind ook maar iets in deze zin wordt aangedaan. Maar hebben we hier niet te maken met onschuldige seksueel getinte (kinder)spelletjes? Zou het niet eenvoudig afgedaan kunnen worden met een gesprek met de betrokken kinderen zonder het meteen als een traumatische ervaring te bestempelen. Het valt me op dat elke keer als dit soort zedenzaken aan de orde zijn per definitie gesproken wordt van slachtoffers, traumatische ervaringen, noodzakelijke psychologische begeleiding et cetera. Zou het ook niet zo kunnen zijn dat seksueel getinte spelletjes tussen kinderen en jongeren horen bij het opgroeien en door ouders en professionals niet geproblematiseerd moeten worden. Ik vind van wel.

Anders wordt het als volwassenen zich aan kinderen vergrijpen. Daar ligt een duidelijke grens. Een volwassene heeft ten opzichte van kinderen altijd meer macht en wat betrokkenen ook zeggen, er kan nooit sprake zijn van een gelijkwaardige positie. Dus ook nooit van het accepteren van seksuele contacten.

Maar het zou toch goed zijn als kinderen van 7 niet beticht worden van ‘verkrachting’ en niet geschorst moeten worden. Ik schrik van ouders die zo denken hun kinderen te moeten beschermen.

Blogger

zondag 30 april 2006

Het is gek. Ik werk al jaren met internet, maar dan vooral om er informatie te halen en na te denken over de manier waarop internet ingezet kan worden voor een organisatie. Met deze weblog ben ik vorige week begonnen. Simpel te maken en met een beetje inzet nog aardig te vullen ook nog.

Afgelopen vrijdagavond ben ik begonnen met een tweede site. Voor het gebroeders van Limburg Weekend, dat eind augustus in Nijmegen gehouden wordt. Zelfde principe als deze site maar nu al veel uitgebreider. Filmpje er op en meer informatie. Simpel en doeltreffend.

Vanmiddag was Jan (mijn broer) hier en we keken naar websites die hij maakt met Blogger. Functionele, overzichtelijke sites, eenvoudig aangemaakt via Blogger.com Werk ongeveer hetzelfde als Rapidweaver waarmee ik deze site maak. Ook templates en basispagina’s voor diverse functies. Hij gaat ze nu ook gebruiken voor de leerlingen van zijn school. Zij kunnen daarmee hun eigen blog maken en daarop het ckv werkstukken publiceren. Enige nadeel van deze blogs is dat je een url krijgt met .blog.com erin.

Met deze ontwikkelingen wordt het maken van een eigen webspace steeds eenvoudiger en voor een grote groep mensen toegankelijk. Ook voor organisaties die een evenement organiseren en daarvoor gedurende een beperkte periode een plek op het net moeten hebben.

Vandaag heb ik ook naar de structuur van de website van LaVerbe gekeken. Opnieuw moet ik constateren dat bij het opzetten van een site vaak in de eerste plaats naar de structuur gekeken wordt en dat men daarin vooral compleet wil zijn. Met het zoeken naar een indeling die alle mogelijke onderwerpen afdekt waar (in dit geval) LaVerbe aan zou kunnen werken, krijg je een site met honderden onderdelen en keuzemogelijkheden. Onhaalbaar. En zeker niet bij te houden.

De vingeroefeningen met deze site en die van de gebroeders van Limburg, geven mij het gevoel dat we veel meer moeten denken vanuit de gebruiker van de site. Wat wil die weten van ons en wat moet het effect van het bezoeken van de site zijn. Veel bullshit kan dan gewoon achterwege blijven. Wel zo prettig. Komende week dus maar eens een simpel plan maken voor LaVerbe.