Niet bang voor asielzoekers

Als je, zoals ik, elke dag het nieuws volgt krijg je soms het gevoel of Nederland op instorten staat. De gezondheidszorg wordt ‘afgebroken’, het land wordt ‘overspoeld’ door vluchtelingen die steeds vaker als ‘gelukszoekers’ worden afgeschilderd en een ‘bedreiging’ vormen voor ‘onze’ economie. Dan is er nog van alles mis met het onderwijs. Het passend onderwijs is ‘mislukt’ en er zitten ‘duizenden’ kinderen thuis. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Waarom vluchten wij niet?

Maar als ik door de stad loop en op een zaterdagmiddag duizenden mensen met volle tassen zie lopen en daarna een terrasjes pikken in de najaarszon, dan krijg ik een heel ander gevoel. In het debat over de ‘vluchtelingencrisis’ mag dat nauwelijks gemeld worden, behalve misschien in DWDD.

Ik sluit mijn ogen niet voor de noodzaak kritisch te kijken naar de manier waarop we omgaan met vluchtelingen en ook niet dat het een belasting voor de samenleving is. Er moet immers van alles geregeld worden, er zijn huizen nodig, kinderen en jongeren moeten naar school en er moet werk komen.

Gelukkig hoor ik af en toe politici die het aandurven om te zeggen dat we snel werk moeten maken van integratie. Kijken of nieuwkomers kunnen werken en zo niet meer afhankelijk zijn van de overheid. Het is een illusie om te denken dat de Syrische vluchtelingen snel weer terugkeren. Wie dat zegt houdt je voor de gek. Alle politici in Den Haag weten dat het onzin is. Toch menen politici als Zijlstra dat het marginaliseren van nieuwkomers de beste manier is om te voorkomen dat er meer mensen naar Nederland komen. Impliciet zegt hij dus, het zijn gelukszoeker en we marginaliseren jou om anderen af te schrikken. Hij wil de mensen die hier nu zijn ‘sober’ opvangen. Als we dat doen kunnen dezelfde politici over een paar jaar zeggen dat de vluchtelingen niet geïntegreerd zijn en leven van uitkeringen. Twee keer zetels erbij in de peilingen. Wat wil je als je niet mag werken, jaren in een procedure wordt gehouden en niet mag werken en de inburgering zelf moet betalen van een gekorte bijstandsuitkering.

Wat mij betreft moeten de kinderen zo snel mogelijk naar school, de studenten naar hogeschool of universiteit om hun in Syrië begonnen studie af te maken. Geen belemmeringen daarbij. In kaart brengen wat mensen kunnen en ze daar laten wonen waar werk is dat past bij hun vaardigheden. Zo snel mogelijk aan de slag, er zijn meer dan 100.000 moeilijk vervulbare vacatures in dit land, waar geen werkeloze Nederlander voor te vinden is.

En zet de achterdeur open. Geef mensen de kans om als ze een status hebben en na verloop van tijd willen kijken of het in hun land (niet per se Syrië) weer veilig genoeg is terug te gaan. En als het toch niet lukt ze weer terug mogen komen. Dat bevordert mobiliteit en flexibiliteit. Laten we niet zo bang zijn voor nieuwkomers. We hebben het in Nederland al eeuwen gehad, en we zijn er nooit slechter van gehad. Als we mensen maar de kans en de ruimte geven. Vertrouw op de eigen kracht van mensen.

D66 = onderwijspartij

Tijdens een gezellig etentje vroeg iemand mij of het waar was dat D66 wel af zou willen van het predikaat ‘onderwijspartij’. Ik ken dat gerucht niet en ik kan uit betrouwbare bron melden dat dat zeker ook niet waar is. Waarom zouden we van een predikaat af willen dat zo goed weergeeft waar D66 voor staat? Ik ben er van overtuigd dat onderwijs, goed onderwijs natuurlijk, de basis is voor volwaardige deelname in de samenleving. Investeren in onderwijs is en blijft daarom de hoogste prioriteit.

Ik ben deze weken campagne aan het voeren om voorzitter van D66 te worden. Voor mijn campagne heb ik als een van mijn speerpunten scholing & training opgenomen. De laatste jaren heeft de partij al mooie scholingstrajecten ontwikkeld, waarmee een flink deel van het kader bereikt wordt. Maar nu we steeds groter worden en we op steeds meer plaatsen raadsleden, statenleden en wethouders leveren, neemt ook de behoefte aan scholing en training toe. Daarnaast zijn er steeds meer afdelingen masterclasses aanbieden, of bijeenkomsten waarin niet alleen over politieke thema’s wordt gesproken, maar waar men leert debatteren, argumenteren en bijvoorbeeld moties en amendementen schrijven. Dit soort scholing maakt onze bestuurders en raads- en statenleden sterker. En laten we wel wezen, nu we verantwoordelijkheid dragen op zoveel plaatsen in het land, moeten we laten zien dat we het kunnen en kwaliteit leveren.

Als lid van het landelijk bestuur zie ik dat er ook bij de leden een grote behoefte is om deel te nemen aan het debat. Met elkaar in gesprek gaan over belangrijke maatschappelijke thema’s en zo een bijdrage leveren aan de politieke meningsvorming. Thema-afdelingen spelen hier een belangrijke rol in, maar ook initiatieven op lokaal en regionaal niveau. Daarmee bouwen we aan een nieuwe generatie politici die straks de plaats van huidige bestuurders en volksvertegenwoordigers kunnen innemen. Daar hoort scholing vanzelfsprekend bij.

Het congres nam in mei 2015 een motie aan waarin opgeroepen wordt om jaarlijks minimaal € 1,00 per lid per jaar voor scholing en intern debat te reserveren. Daar ben ik het van harte mee eens. Een onderwijspartij moet niet alleen willen investeren in ons nationale onderwijs maar zeker ook in de scholing en training in de partij. Daar zet ik me voor in.

Wie vertrouwen we nog?

Vorig jaar besloot de staatssecretaris dat voortaan bij het advies van de basisschool voor een school voor voortgezet onderwijs niet meer de Cito-score gebruikt mocht worden maar het advies van de leerkracht. Dit kende de leerling immers het beste en kon het kind beter als geheel beoordelen. Niet de momentopname van de Cito-test mocht de basis voor het advies zijn. Dit jaar lopen honderden ouders naar testbureaus of zelfs naar de rechter omdat ze het advies van de leerkracht niet accepteren.

Bij ongelukken, brand of evenementen worden politieagenten, ambulancepersoneel, brandweerlieden en orde handhavers door omstanders belaagd. Ze worden belemmerd in  hun werk. De autoriteit die jarenlang gewoon was, lijkt verdwenen.

het vertrouwen in politici, van links tot rechts is laag. Luister maar naar de vele straatinterviews van onze actualiteitenprogramma’s. Politici zijn graaiers, alleen uit op hun macht, of ze weten niks, zijn niet capabel of belazeren de kluit. We kiezen ze nog wel, verwachten veel van het openbaar bestuur, maar we vertrouwen ze niet.

Om de zorg beter aan te sluiten bij wat de mensen willen, besloten we die zorg dichter bij de mensen te organiseren. De gemeente kreeg er vele taken bij omdat de gemeente in staat zou zijn dat meer op maat te kunnen. Nu de eerste keukentafelgesprekken gevoerd zijn, zien we dagelijks de kritiek op de incompetente ambtenaren die niet snappen wat mensen nodig hebben.

Dit weekend draaide de top van ABN AMRO de loonsverhoging terug die ze zouden krijgen. Onder druk van samenleving en politiek. Het zijn in ieders ogen graaiers en ze zijn alleen uit op hun eigen belang. Geen enkel vertrouwen, hebben we volgens 1Vandaag in een peiling. We vertrouwen ze niet maar vinden het weer niet zo erg dat we ons geld er weghalen.

Wat is er aan de hand? Waarom neemt het vertrouwen in mensen die leiding geven of verantwoordelijkheid dragen zo af. Het kan toch niet alleen zijn omdat er mensen fouten maken? Ongenuanceerd iedereen over een kam scheren is makkelijk. Je hoeft dan niet meer over de nuance na te denken. Zij en wij. Dat is het schema waarin we steeds meer denken.

Kritiek op de banken, leerkrachten, politieagenten, politici, ik heb het ook. Maar ik hoop dat we toch ook blijven zien dat heel veel in dit land uitstekend geregeld is. Dat er inderdaad wel dingen fout gaan, maar dat dat bij het leven hoort. Ik wil niet in een land leven dat er naar streeft elke fout te voorkomen, en daarvoor mijn vrijheid inperkt. Fouten en ongelukken horen bij het leven, maar gelukkig lukt het ons in Nederland om dit aardig te beperken.

Brede school

Suzanne en Jamil, beide leerlingen in groep 8 van twee basisscholen in Nijmegen, schuiven mijn kamer binnen. Jamil met een beker soep in de hand. Ze worden begeleid door twee volwassenen die een grote tas binnendragen met een camera en geluidsappartuur. Jamil en Suzanne komen mij interviewen. Ze zitten allebei op een ‘brede school’. Jamil op het Kleurrijk en Suzanne op de Duckendonk.

Suzanne hanteert de micofoon en Jamil lepelt zijn soep. ‘Wat is een brede school en waarom moeten alle scholen in Nijmegen brede scholen worden?’ De vraag komt er vloeiend uit, nadat ze eerst nog en keer op het papier gekeken heeft. Als ze de vraag stelt houdt ze het papier onder de tafel. Ze kan het echt uit het hoofd.

Ik heb als voorbereiding een keurige tekst gekregen als antwoord op de vraag, maar dat is zo technisch dat er mijn eigen draai maar aan geeft. Ik kan het moeilijk hebben over het belang van dagarrangementen en een pedagogisch didactische leerlijn en een aanspreekpunt voor ouders. Ook de kijkers naar de film die we hier maken begrijpen er dan niks van.

Een brede school is een onderwijsvoorziening waar niet alleen onderwijs wordt gegeven maar waar ook kinderen terecht kunnen voor buitenschoolse opvang, tussenschoolse opvang en peuters en eventueel baby’s terecht kunnen. Allemaal goed opgevangen en waar de volwassenen die dat doen van elkaar weten waar ze mee bezig zijn en ook met elkaar samenwerken. Bij voorkeur vormen ze één team onder een leiding.

Voor ouders is het belangrijk dat ze daar één aanspreekpunt hebben. Als een kind wordt aangemeld voor de basisschool dan moeten in één keer ook de tussenschoolse en naschoolse opvang geregeld kunnen worden. Dan hoeft de ouder niet naar een andere instantie doorverwezen te worden omdat die toevallig verantwoordelijk is voor een ander deel van de opvang.

‘Of iedere brede school dan hetzelfde is?, vraagt ze professioneel door. Op iedere school kunnen er andere accenten gelegd worden. De een doet meer aan cultuur de ander meer sport. Ouders kunnen kiezen. Er zal ook verschil zijn tussen een montessorieschool en een jenaplanschool bijvoorbeeld.

Suzanne vindt het gelukkig allemaal heel logisch wat ik zeg en sluit af met een keurig dank je wel. Jamil heeft zijn soep op en als hij bij mijn bureau staat vraagt hij ‘Zit u daar ook wel een om … eh .. te chillen?’ Ik zit er inderdaad wel eens. Om te werken en deze column te schrijven bijvoorbeeld, maar chillen doe ik thuis. Wel verfrissend zo’n jongen die frank en vrij vraagt wat hij wil weten. Dat past ook mooi bij de slogan van het aanstaande Brede Scholencongres: Brede ontwikkeling als basis voor zelfstandige kinderen. Jamil, die komt er wel!

Alle kinderen naar de Nachtwacht

Het Rijks Museum in Amsterdam is na een renovatie van tien jaar weer open. In samenwerking met de BankGiroLoterij ontwikkelde het Rijks een project om alle kinderen van groep 8 van de basisschool uit te nodigen naar de Nachtwacht te komen kijken. Ons nationaal erfgoed en misschien wel het beroemdste schilderij van Nederland.

Ik hoorde van dit plan in januari 2013 en vond het meteen een fantastisch plan. Ik heb Nijmegen dan ook direct aangemeld om een Nijmeegse school als eerste aan dit project mee te laten doen. Vandaag was het zo ver. 50 kinderen van groep 8 van basisschool De Muze gingen met een speciale bus naar Amsterdam.

Om 08.15 stond ik met de leerkrachten en conservator Pieter Roelofs klaar voor vertrek. In Amsterdam werden we opgewacht door Wim Pijbes, directeur van het Rijks Museum. En natuurlijk moesten er foto’s gemaakt worden, want de pers was goed vertegenwoordigd. Alleen het Jeugdjournaal schitterde door afwezigheid. Tot teleurstelling van de kinderen.

In het museum kregen de kinderen een rondleiding langs de 17e eeuwse kunst en die eindigde natuurlijk bij de Nachtwacht. De kinderen waren goed voorbereid en konden veel vragen beantwoorden over de handel, de tachtigjarige oorlog en over Nova Zembla. Wat een film al niet kan doen.

De ontvangst in het museum was fantastisch. We werden, ondanks de drukte overal doorheen geloodst. De duizenden bezoekers binnen stoorden de kinderen ogenschijnlijk niet en ze bleven tot het laatst geboeid. Voor in de bus was er nog een speciale uitgave van Donald Duck over het museum. Alom enthousiasme bij leerkrachten en leerlingen.

Inmiddels hebben zich in Nijmegen al veel scholen zich aangemeld voor hetzelfde bezoek aan de nachtwacht. Bijna 1000 kinderen gaan de komende maanden naar de Nachtwacht. Ik hoop dat alle scholen die zich nog niet gemeld hebben, nog volgen. Voor de losten hoeven ze het niet te laten de 5 euro per leerling neemt de gemeente voor haar rekening.

Een geslaagde dag en een mooie opsteker voor cultuur. Deze dag zullen de leerlingen niet snel vergeten. En daar gaat het tenslotte om.