Archief van de categorie ‘Geen categorie’

De tram terug in Nijmegen

donderdag 31 maart 2011

Afgelopen dinsdagavond mocht ik in Museum de Stratemakerstoren vertellen hoe we met het project Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) werken aan de terugkeer van de tram in Nijmegen. Temidden van prachtige foto’s en verhalen van de tram zoals die tot de jaren vijftig in Nijmegen en de omgeving reed. Trotse trambestuurders naast hun tram en feestvierende bewoners bij de ingebruikname van alweer een nieuwe lijn naar hun wijk.

Zover zijn we nu nog niet maar ik merk dat er veel enthousiasme is voor de terugkeer van de tram. Onder de bezoekers van mijn lezing bevond zich één van de laatste bestuurders van het Bergspoor, de tramlijn tussen Nijmegen en Berg en Dal. Een andere bezoeker was zelfs speciaal uit Maarssen gekomen. Oude liefde roest kennelijk niet!

We hebben het laatste jaar enorme stappen vooruit gezet met het ontwikkelen van onze plannen. De eerste HOV-lijn (Lijn 1) loopt wat ons betreft van treinstation Heyendaal via het centrum naar Nijmegen-Noord. Daar zou een tak moeten afbuigen naar Elst en de andere naar Bemmel. Om een tram te realiseren moet er veel geïnvesteerd worden en om die kosten terug te verdienen zijn voldoende passagiers nodig. Op het genoemde traject weten we nu al zeker dat tussen centraal station en de campus Heyendaal voldoende passagiers zijn om een tram rendabel te maken. Dat wordt nog beter als we de tram meteen door laten rijden naar Plein 44.

Nog beter wordt het als het lukt deze tram niet bij Heyendaal te laten stoppen maar als die door kan rijden naar Kleve. De grens over dus, naar Duitsland. Kortgeleden heeft de Stadsregio een rapport vastgesteld waarin de resultaten staan van de haalbaarheidsstudie van herstel van de spoorverbinding met Kleve. Uit het onderzoek blijkt dat de lijn haalbaar is, zéker als ze gekoppeld wordt aan de tram in Nijmegen. Dan ontstaat een rechtstreekse verbinding tussen Nijmegen centrum en Kleve centrum.

Daar waar in Nederland en het buitenland de afgelopen jaren tramverbindingen zijn aangelegd blijkt dat het aantal passagiers na ingebruikname tientallen procenten hoger ligt dan de prognoses. Ik ben er dan ook van overtuigd dat de tram in Nijmegen kan terugkeren en kan bijdragen aan het verbeteren van de bereikbaarheid van de stad. Wanneer rijdt ie dan? Dat is een lastig te beantwoorden vraag, maar als alles voorspoedig verloopt, zou het in 2017 mogelijk moeten zijn.

Voorlopig blijft er nog veel werk te verrichten om de vele tientallen miljoenen die er nodig zijn bij elkaar te lobbyen. Dat geld moet onder andere van de Stadsregio en het Rijk komen. En we moeten zelf nog sparen. Basis voor succes is in ieder geval enthousiasme voor het plan. Dat proefde ik in de zaal, en dat zie je ook terug in de resultaten van een peiling onder de leden van het Stadspanel. Ik ben benieuwd of we datzelfde enthousiasme gaan treffen tijdens de ‘Dialoog met de stad’ die de komende maanden gevoerd gaat worden. Doel van deze dialoog is het inventariseren van wensen en eisen van belanghebbenden, onder andere door middel van stadsgesprekken, een Lux-debat, een bezoekersruimte, en de inzet van social media. Wat mij betret is het motto voor de komende maanden dan ook: ‘denk mee over het HOV!’

Gedicht op een T-shirt

zaterdag 9 oktober 2010

Elke maandag zit helemaal dichtgetimmerd met portefeuille-overleggen (’PO’s’, zoals het in het stadhuisjargon heet) over mijn portefeuille’s Mobiliteit, Cultuur en Onderwijs. Deze maandag (4 oktober) is wat dat betreft niet anders. Maar om 13.00 uur heb ik een mooie onderbreking.

In de hal van Voorzieningenhart De Klif in Oosterhout wordt dan namelijk het laatste gedicht van onze afscheid nemende Stadsdichter Jaap Robben onthuld. Voor 217 leerlingen uit groep 7 en 8 van basisscholen De Oversteek en De Geldershof, en de brugklassers van het Citadel College schreef Jaap een gedicht met precies 217 tekens. Elke letter van het gedicht is op een t-shirt gedrukt. Door middel van workshops hebben alle leerlingen zelf een gedicht geschreven bij hun letter. Dit gedicht staat ook op de achterkant van het t-shirt. Een fotografe legde vervolgens alle leerlingen vast met hún letter op een t-shirt en hún gedicht. De foto’s vormen een tentoonstelling die vandaag wordt geopend, samen met de gedichten die als een waslijn aan de balustrade van de hal in De Klif zijn bevestigd.

Trots lopen de leerlingen deze middag langs de foto’s, en wijzen op de shirts die ze gemaakt hebben. Ik mag de leerlingen toespreken. Geen publiek om nou eens diepgaand de waarde van poëzie te bespreken. Gelukkig ben ik onderwijzer geweest en lukt het om de aandacht te krijgen en lang genoeg vast te houden.

Gedichten schrijven is niet makkelijk omdat je heel precies moet weten wat je wilt zeggen. Daar moet je dan ook nog de juiste woorden voor vinden. Een gedicht schrijven helpt daarom om goed naar je omgeving te kijken. Je moet vooral nadenken over wat je van je omgeving vindt en dat dan in woorden vatten. De leerlingen lijken het met me eens, zeker als ik de hoop uitspreek dat een van hen in de toekomst een keer Stadsdichter zal worden.

Drie leerlingen lezen hun gedicht voor. Een beetje schuchter maar met overtuiging lezen ze hun werk voor en krijgen er een gul applaus voor. Mooi om te zien hoe die bijna-pubers zo met taal en hun gevoelens bezig zijn geweest. Jaap Robben leest ook zijn gedicht nog eens voor en neemt daarmee afscheid als Stadsdichter. Toeval zegt hij, maar het is wel een mooi moment omdat hij zich bij zijn aantreden tot doel had gesteld zijn gedichten vooral onder de mensen te brengen.

Vandaag is hem dat prima gelukt. Samen met Lux heeft hij er een geslaagd project van gemaakt. Rond twee uur rijd ik terug naar het stadhuis voor een reeks volgende vergaderingen. Ondertussen realiseer ik me dat wat we in die vele vergaderingen beslissen kunnen leiden tot mooie resultaten. Het Stadsdichterproject en de happening in De Klif vanmiddag zijn er een goed voorbeeld van.

Het gedicht Jaap Robben:

Vanaf een overkant kun je het beste naar jezelf kijken.

Je herkent de dingen, wijst ze met je vinger aan.

Een trein, het strand, bomen en je school.

Misschien het puntje van je huis.

Maar je voelt dat er iets mist in het geheel.

Iemand,

op jouw fiets bijvoorbeeld,

met jouw naam.

Weer aan het werk

dinsdag 7 september 2010

Bij terugkeer van vakantie, inmiddels al weer ruim twee weken geleden, is de stapel stukken op mijn bureau immens. Drie forse pakketten vullen mijn voor de vakantie nog zo zorgvuldig opgeruimde bureau. Gelukkig is de agenda nog niet van uur tot uur volgeboekt met afspraken. Toch begin ik niet met tegenzin aan het leeswerk. De vakantie heeft het hoofd leeggemaakt, en helpt ook om de dagelijkse drukte te relativeren.

Overigens ontkom ik er niet aan om ook op vakantie met de ogen van een wethouder naar de omgeving te kijken. In de bus in Valencia constateer ik dat de ov-chipkaart massaal gebruikt wordt en prima werkt (elk ritje kost 0,69 cent). En als iemand met de rolstoel met de bus meewil schuift er keurig een klep uit de bus naar de stoep. Ik maak een aantekening in mijn hoofd dat dit toch een prima manier is om het ov toegankelijk te maken voor rolstoelers. In Valencia vind je trouwens overal fietsen in keurige klemmen die tegen een gering bedrag gehuurd kunnen worden. Bijna een ‘witte fietsenplan’. In een stad als Nijmegen waar iedereen een eigen fiets heeft zie ik zoiets nog niet zo snel gebeuren, of het moet voor recreatief gebruik door toeristen zijn.

Op het stadhuis zit de vaart er inmiddels weer volop in. De ene bespreking volgt op de andere. De belangrijkste klus voor de komende maanden is het afronden van de begroting. Daarin zullen we de afspraken uit het coalitieakkoord moeten omzetten in daden. Ons college wil investeren in een duurzaam, sociaal en economisch sterk Nijmegen. Maar we moeten ook forse bezuinigingen vanuit het Rijk opvangen. Met het vaststellen van de nieuwe stadsbegroting zullen deze bezuinigingen zichtbaar en voelbaar worden. Dit vraagt de komende tijd om stevige en soms pijnlijke keuzes van ons college en de gemeenteraad..

Lezen

maandag 4 januari 2010

Vandaag ben ik begonnen in het eerste deel van De millennium trilogie van Stieg Larsson. Ik ben er laat mee, dat weet ik, want het was het boek dat de afgelopen zomervakantie het meest gelezen werd. Naast nog een flink aantal andere bestsellers als Het spel van de Engel en Komt een vrouw bij de dokter natuurlijk. Jaarlijks worden er in Nederland miljoenen boeken verkocht, hoewel er tegelijkertijd minder gelezen wordt. Misschien kopen we wel veel boeken, maar komen er dan toch niet toe om ze te lezen.

De afgelopen week was ik weer eens in de bibliotheek in Nijmegen. Op zoek naar Het diner van Herman Koch. Uitgeleend natuurlijk. Dan maar eens kijken wat er aan alternatieven is. Dat blijft lastig. In de boekwinkel kijk je dan gewoon op de tafels en daar zie je de meest recente boeken liggen (Het diner ligt er gewoon) en al kijkend en bladerend vind je altijd wel iets van je gading. In bibliotheek raak ik altijd de weg kwijt. Alle boeken zien er op de eerste plaats al anders uit met die harde kaften maar ze staan ook in lange rijen in de kast. Dat kijkt en zoekt niet makkelijk, hoe vaak je er ook komt. Vragen aan medewerkers leiden zelden tot het vinden van het boek. Meestal is het een verwijzing naar de computer of naar een bepaalde boekenkast. Zoek het maar uit.

Je kunt natuurlijk achter de computer kruipen en de titel van een boek intikken. Ja , dat kan, maar je moet dan heel gericht zoeken en dat wil je niet altijd. Met Het diner heb ik dat wel gedaan en vastgesteld dat alle exemplaren uitgeleend zijn. Al snel gaf ik het op en liep naar de Selexys winkel om de hoek. Alle boeken waar je van gehoord hebt, of over gelezen hebt, liggen bij elkaar en zijn gemakkelijk te vinden. Wil je een boek dat je niet meteen ziet liggen, dan weet een medewerker je meteen te vertellen of het boek er is, waar het staat of wanneer het weer binnen is. Heerlijk en dus koop ik toch maar  Het diner en loop even naar de koffiecorner om de eerste pagina’s al vast te lezen. Het is gemakkelijk om over de bibliotheek te klagen. Het probleem voor mij is, dat het geen winkel is. Maar waarom eigenlijk niet. Waarom kan de bibliotheek niet werken als de winkel.

In het verkiezingsprogramma van D66 Nijmegen stellen we voor het aantal bibliotheekfilialen in Nijmegen te verminderen. Er zijn in Nijmegen, met 11  filialen, niet meer uitleningen dan in Arnhem met 3 filialen. Het aantal leden van de bibliotheek is in 2008 met 17,6% afgenomen ten opzichte van 2007. Ook het aantal uitleningen daalde met 2,7% (de cijfers van 2009 zijn nog niet beschikbaar). Waar gaat het met de bibliotheek naar toe.

De zelfstandige bibliotheekfilialen moeten m.i. veel meer geïntegreerd worden in open wijkscholen zodat er een directe link is met het basisonderwijs. Daar moet het plezier in lezen ontstaan. Volwassenen moeten naar een veel ‘volwassener’ bibliotheek die veel meer te bieden heeft dan een wijkfiliaal kan bieden.  Een bibliotheek waar het zoeken en vinden van boeken een stuk gemakkelijker is. Waar de service op die van een winkel lijkt. Waar de beschikbare informatie ongelofelijk veel groter en actueler is dan in een wijkfiliaal dat maar beperkt open is.

Ik was laatst in de nieuwe bibliotheek van Amsterdam. Daar begint het er op te lijken. Licht, ruim, overzichtelijk, een koffiecorner, honderden tijdschriften. Er wordt gelezen, gestudeerd en geluisterd naar muziek. Prima omgeving waar in het eerste half jaar al honderdduizenden bezoekers naar toe kwamen. De vernieuwde bibliotheek in Zwanenveld heeft al meer die Amsterdamse sfeer gekregen en ik heb begrepen dat ook de centrale bibliotheek aan de Mariënburg een nieuwe entree krijgt. Ik weet niet of dat voldoende zal zijn.

Ons voorstel in het verkiezingsprogramma is er op gericht de jaarlijkse bijdrage van de gemeente aan de bibliotheek van ruim 5 miljoen effectief te laten zijn. Dat betekent heroverwegen van de inzet van middelen en wat ons betreft zelfstandige filialen integreren in openwijkscholen en van de centrale filialen in Zwanenveld, Centrum en Noord bibliotheken maken die meer bezoekers trekken in plaats van minder. Bibliotheken die als winkels werken met dezelfde service, openingstijden en dienstverlening. Dat is een uitdaging voor de politiek, maar vooral voor de nieuwe directeur van de Openbare Bibliotheek Gelderland Zuid.

Nijmegen betrouwbaar bereikbaar?

donderdag 17 september 2009

Nijmegen nog lang niet ‘Betrouwbaar bereikbaar’. Discussienota met weinig ambitie zonder echte oplossingen

De gemeenteraad van Nijmegen besprak op 15 september de discussienota Nijmegen Betrouwbaar Bereikbaar. De nota omvat de visie van het college op de mobiliteitsontwikkeling van de stad tot 2020. Een compleet nieuw verkeersbeleid vindt het college echter niet nodig. Het ‘aanscherpen’ van bestaand beleid moet voldoende zijn. Maar als je de 36 pagina’s tellende nota met talloze schema’s en prognoses leest, concluderen wij dat aanscherpen onvoldoende is om de bereikbaarheid van de stad echt te verbeteren.

Dat de bereikbaarheid van Nijmegen beroerd is weten we al lang, dat hoeven we niet meer te onderzoeken. De files zijn lang, de negatieve economische effecten voor (binnenstad-)ondernemers groot en echte alternatieven voor de auto zijn er nauwelijks. Exemplarisch voor de visie van het college is de tabel met de vergelijking van reissnelheden van fiets, auto en openbaar vervoer binnen de stad. Die lijkt er alleen maar op gericht te bewijzen dat we altijd met de fiets moeten en dat de auto in alle gevallen het slechtste alternatief is. De nota maakt terecht onderscheid tussen externe en interne bereikbaarheid. Wij onderschrijven de noodzaak om voor de interne bereikbaarheid (binnenstedelijk verkeer) voluit in te zetten op de fiets en het openbaar vervoer. De maatregelen die voorgesteld worden blijven echter achter bij de behoeften. Wij hadden op dit punt meer ambitie van de wethouder verwacht. Wil je echt minder autodrukte in de stad zelf dan is alleen een tram van universiteit via centrum naar Bemmel en Huissen onvoldoende. Waarom ook geen tram van Dukenburg naar Heijendaal en het centrum? Waarom geen plannen voor meer gratis fietsenstallingen rond het centrum? Goed onderhouden, veilige fietspaden naar alle delen van de stad zou inwoners van Nijmegen kunnen verleiden de auto te laten staan.

Maar de echte problemen liggen in de bereikbaarheid van Nijmegen van buiten, de externe bereikbaarheid. De auto is hoe je het ook wendt of keert voor veel bezoekers van Nijmegen het belangrijkste vervoermiddel. Gokken op een regionaal netwerk van fietspaden is geen oplossing. Het college hanteert als centrale visie ‘benutten, beprijzen en uiteindelijk bouwen (als het kan)’.Daaruit kunnen wij niets anders lezen dan dat het uitbreiden en verbeteren van de infrastructuur geen echte prioriteit heeft. Alle hoop is gevestigd op het verbeteren van de infrastructuur rondom Nijmegen (A50-verbreding, N322, A15) zodat geen auto Nijmegen meer in hoeft. Dat dit, als het meezit, allemaal pas tussen 2014 en 2020 af is blijft buiten de discussie. Maar een oplossing voor het autoverkeer dat de stad wel in moet om thuis te komen of gebruik te maken van winkels, horeca of culturele voorzieningen, is dit niet. Voor wethouder Van de Meer (GroenLinks) is het duidelijk: wie in Nijmegen wil zijn pakt maar de fiets of het openbaar vervoer. Hij gaat daarmee volstrekt voorbij aan de noodzaak van goede voorzieningen voor mensen die met auto naar de stad willen komen Doen we daar niets aan dan knijpen we Nijmegen de keel dicht.

Een discussienota over de bereikbaarheid van de stad, had er een jaar na het aantreden van dit college al moeten liggen, dan waren we nu misschien op weg naar een Betrouwbaar bereikbaar Nijmegen. Nu hebben we drie jaar verloren en zeker is dat alleen aanscherpen van het beleid zoals de nota voorstelt volstrekt onvoldoende is.

Dit stuk heb ik geschreven samen met Rob Jetten, lijsttrekker voor D66 Nijmegen. Het is verschenen in De Gelderlander op zaterdag 12 september 2009.