Campagne voeren

De afgelopen week heb ik vijf debatten gevoerd met Letty Demmers, de andere kandidaat voor het voorzitterschap van D66. We zijn beide D66-ers in hart en nieren, en dan is het soms lastig om campagne te voeren. Waarin verschil je van elkaar? Zijn het accentverschillen of gaat het ook dieper? Hebben we een andere kijk op de rol van voorzitter? Ik denk dat ik in ieder geval de afgelopen week een steeds scherper beeld heb gekregen van mijn ambitie met D66.

Campagne voeren voor mezelf is nieuw. Ik heb veel campagne gevoerd voor D66 tijdens alle verkiezingen sinds 2006. Je prijst D66 aan en de sociaal liberale agenda, maar zelden hoef je te zeggen, stem op mij. Dit keer moet dat wel.

Ik heb me kandidaat gesteld omdat ik denk dat ik de afgelopen tien jaar, als afdelingsvoorzitter en wethouder voor D66 zoveel ervaring heb opgedaan, dat ik die als voorzitter in Den Haag kan gebruiken om de partij sterker te maken. Ik weet hoeveel energie er in gaat zitten om in een vrijwilligersorganisatie mensen te motiveren en ruimte te geven. Maar ik heb ook gezien dat er af en toe knopen door gehakt moeten worden als karakters botsen, avonturiers op het toneel verschijnen, of tegengestelde belangen bij elkaar gebracht moeten worden.

Een belangrijke taak van de landelijk voorzitter ligt voor mij in het inspireren en motiveren van de vereniging. We zijn een politieke vereniging, geen vrijblijvende debatclub. Natuurlijk moeten we met elkaar in debat, maar dat doen we niet zomaar. Het doel is ons gedachtengoed uit te werken, te toetsen aan de werkelijkheid en oplossingen te bedenken. En vervolgens moeten we als partij de invloed verwerven om die ideeën in politiek handelen om te zetten.

Om dat te realiseren moeten we voldoende zetels hebben. Dan kunnen we meeregeren en onze idealen in de praktijk brengen. Dat is ons de afgelopen jaren gelukt in honderden gemeenten en in negen van de twaalf provincies. Het moet ook ons doel zijn om landelijk invloed uit te oefenen. Het beleid mede te bepalen. Dat kan als constructieve oppositie, maar in een kabinet neemt de invloed toe. Daarvoor moeten er kamerzetels gewonnen worden.

Zetels winnen doe je met een geloofwaardig, aansprekend programma. Met een goed georganiseerde partij met veel vrijwilligers die de straat op gaan met onze boodschap. Zetels winnen we door enthousiast ons gedachtengoed uit te dragen en de kiezer mee te nemen in onze idealen.

Voor die optimistische D66 instelling wil ik gaan. Een D66-er is iemand die ‘s morgens niet op staat met de idee ‘waar zal ik me vandaag eens aan ergeren’. Van díe partij en van díe D66-ers wil ik de voorzitter zijn en ik hoop van harte dat ik daarvoor voldoende steun krijg in de partij.

D66 = onderwijspartij

Tijdens een gezellig etentje vroeg iemand mij of het waar was dat D66 wel af zou willen van het predikaat ‘onderwijspartij’. Ik ken dat gerucht niet en ik kan uit betrouwbare bron melden dat dat zeker ook niet waar is. Waarom zouden we van een predikaat af willen dat zo goed weergeeft waar D66 voor staat? Ik ben er van overtuigd dat onderwijs, goed onderwijs natuurlijk, de basis is voor volwaardige deelname in de samenleving. Investeren in onderwijs is en blijft daarom de hoogste prioriteit.

Ik ben deze weken campagne aan het voeren om voorzitter van D66 te worden. Voor mijn campagne heb ik als een van mijn speerpunten scholing & training opgenomen. De laatste jaren heeft de partij al mooie scholingstrajecten ontwikkeld, waarmee een flink deel van het kader bereikt wordt. Maar nu we steeds groter worden en we op steeds meer plaatsen raadsleden, statenleden en wethouders leveren, neemt ook de behoefte aan scholing en training toe. Daarnaast zijn er steeds meer afdelingen masterclasses aanbieden, of bijeenkomsten waarin niet alleen over politieke thema’s wordt gesproken, maar waar men leert debatteren, argumenteren en bijvoorbeeld moties en amendementen schrijven. Dit soort scholing maakt onze bestuurders en raads- en statenleden sterker. En laten we wel wezen, nu we verantwoordelijkheid dragen op zoveel plaatsen in het land, moeten we laten zien dat we het kunnen en kwaliteit leveren.

Als lid van het landelijk bestuur zie ik dat er ook bij de leden een grote behoefte is om deel te nemen aan het debat. Met elkaar in gesprek gaan over belangrijke maatschappelijke thema’s en zo een bijdrage leveren aan de politieke meningsvorming. Thema-afdelingen spelen hier een belangrijke rol in, maar ook initiatieven op lokaal en regionaal niveau. Daarmee bouwen we aan een nieuwe generatie politici die straks de plaats van huidige bestuurders en volksvertegenwoordigers kunnen innemen. Daar hoort scholing vanzelfsprekend bij.

Het congres nam in mei 2015 een motie aan waarin opgeroepen wordt om jaarlijks minimaal € 1,00 per lid per jaar voor scholing en intern debat te reserveren. Daar ben ik het van harte mee eens. Een onderwijspartij moet niet alleen willen investeren in ons nationale onderwijs maar zeker ook in de scholing en training in de partij. Daar zet ik me voor in.

Samenwerken werkt beter: over samenwerking binnen D66

Vandaag heb ik op het landelijk bureau in Den Haag officieel mijn kandidatuur ingediend voor voorzitter van het landelijk bestuur van D66. Mijn motto: Samenwerken werkt beter.

Gisterochtend had ik een interview met een redacteur van De Gelderlander en hij vroeg me waarom ik voor dit motto gekozen heb. Ik heb in mijn bestuurlijke loopbaan, de afgelopen 30 jaar, gemerkt dat het helemaal niet zo vanzelfsprekend is dat er wordt samengewerkt. Niet zelden staan ego’s in de weg, macht of gewoon onbegrip. Dat is niet anders binnen politieke partijen, misschien daar nog wel meer.
Als ik voorzitter word van D66 wil ik van samenwerking een speerpunt maken. Omdat ik zie dat er in de partij veel goede initiatieven zijn, maar dat die vaak beperkt blijven tot de eigen groep. Het valt me bijvoorbeeld op dat er op veel plekken door afdelingen geweldige inhoudelijke bijeenkomsten georganiseerd worden, maar dat zonder gebruik te maken van de kennis en kunde van bijvoorbeeld thema-afdelingen. Waarom zou je zelf veel moeite doen om een D-Cafe inhoudelijk vullen, als anderen in de partij hun expertise graag willen delen?
Samenwerking wordt ook nogal eens belemmerd door het idee dat de ander daar sowieso geen behoefte aan heeft. Of erger nog, dat de andere partij dat persé niet zou willen. Toen ik wethouder in Nijmegen was heb ik met verbazing gekeken naar de vele culturele initiatieven die, soms met hetzelfde doel, van elkaar niet wisten wat ze deden, maar ook niet op het idee kwamen met die andere partij samen te werken. Waarom zou bijvoorbeeld een literaire club een eigen ruimte moeten hebben als de bibliotheek die ruimte heeft, en waarmee je uitstekend kunt samenwerken.

Een belemmering voor samenwerken is soms ook de gedachte dat het project of de activiteit niet meer van jou is. Die ander zou wel eens andere ideeën kunnen hebben over ‘jouw’ project. Of je project ‘overnemen’. Maar dat samenwerken juist kan leiden tot nieuwe inspiratie die het project beter maakt, waarbij mensen en organisaties van elkaar leren, wordt licht vergeten.

Echt samenwerken betekent volgens mij dat je oog hebt voor het belang van de ander en ziet wat de ander jouw kan bieden om jouw project of je werk beter te maken. En omgekeerd natuurlijk. Luisteren en open staan voor ideeën van de ander. Zien waar je samen tot een beter resultaat kunt komen. Dat geldt wat mij betreft voor alle geledingen in D66. Daar wil ik een bijdrage aan leveren en vandaar mijn motto: Samenwerken werkt beter.

Voorzitter D66?

Een jaar geleden besloot ik om me kandidaat te stellen voor het landelijk bestuur van D66. Na een korte campagne werd ik op 1 november gekozen op ons congres in Den Bosch. Ik ben nu ruim een half jaar aan de slag en opnieuw heb ik besloten me in een verkiezing te storten. Namelijk die voor voorzitter van D66.

Ik ben nu secretaris politiek in het bestuur. Een mooie rol, want ik mag me bezighouden met de inhoud van ons gedachtengoed. Als eerste is er het wetenschappelijk bureau, de Mr. Hans van Mierlostichting en daarnaast de Permanente Programma Commissie die werkt aan de bouwstenen van het verkiezingsprogramma. Ook ben ik verantwoordelijk voor de vele (bijna 20) Thema Afdelingen met honderden leden die zich in allerlei onderwerpen verdiepen. Een mooie portefeuille waarin ik me prettig voel. Het werken met de medewerkers op het landelijk kantoor is uiterst plezierig en professioneel.

In deze rol mag ik ook regelmatig te gast zijn bij de vergadering van de Tweede en Eerste Kamer-fractie en overleg ik over de inhoudelijke aansluiting tussen het dagelijkse werk in de kamer en het debat in de partij. Waarom dan nu voorzitter worden?

Onze voorzitter Fleur Gräper werd na de statenverkiezingen gedeputeerde in Groningen. Een prachtige baan, maar niet met het voorzitterschap te combineren. Dan gebeurt het bij mij vanzelf dat ik me afvraag of voorzitter een rol voor mij zou kunnen zijn. Over mijn kandidatuur voor het landelijk bestuur heb ik vorig jaar goed nagedacht en zo heb ik dat nu ook gedaan. Gesprekken voeren met mensen op alle niveaus in de partij en onderzoeken of er draagvlak is voor mijn kandidatuur. En de conclusie is dat ik ik me ga kandideren.

Ik ben actief in D66 sinds 2005. Eerst als voorzitter van de afdeling Nijmegen, in een periode waarin de partij ‘op z’n gat’ lag. bijna op nul in de peilingen en minder dan 9000 leden. We hebben hard gewerkt, die tien jaar, om te komen waar we nu zijn. Permanente campagne, masterclasses, leden werven, professionaliseren. In 2006 was ik campagneleider bij de gemeenteraadsverkiezingen in Nijmegen. We haalden 2 zetels, een winst van 100% terwijl we overal elders verloren. In 2010 mocht ik voor D66 wethouder worden in Nijmegen, na een winst van vier zetels. In vier jaar wethouderschap heb veel geleerd over het besturen van een stad, maar ook de partij in al zijn geledingen beter leren kennen. Zowel in Thema-Afdellingen als op landelijke bijeenkomsten. Ik bezocht alle congressen sinds 2006. Met deze ervaringen in de partij heb ik een goede basis om me de partij de komende jaren verder te versterken.

FotoUtrechtNiet alleen moeten we leden behouden en werven, maar ook onze kiezers bereiken. We zullen het debat in de partij moeten versterken en meer mensen met ons gedachtengoed moeten bereiken. Daar hoort ook bij de werving, selectie en scholing van politieke vertegenwoordigers en bestuurders verder te ontwikkelen. De partij heeft een goede basis maar in een tijd waar kiezer steeds makkelijker van partij wisselt en niet gemakkelijk lid wordt, moeten we samen zoeken naar nieuwe manieren om het sociaal liberale gedachtengoed te verspreiden en nog meer mensen aan ons te binden, als lid maar ook op andere manieren. Dat vraagt veel van iedereen in de partij de komende jaren. Maar zo kunnen we opnieuw verkiezingen met vertrouwen tegemoet zien, deelnemen aan een kabinet en nieuw mensen een kans geven. Daar wil ik de komende jaren, met de leden, aan werken.

Opnieuw campagne voeren dus. Ondersteuningsverklaringen (100) verzamelen en begin september 3 presentatiebijeenkomsten, in Nijmegen, Gouda en Zwolle. Een spannende tijd met op 13 september de uitslag van de e-voting. Ik ga er voor.

Ben je lid van D66, en wil je mij steunen, laat het me weten en stem tussen 31/8 en 11/9 op mij.

 

Investeren in terugdringen schooluitval loont!

Te veel jongeren gaan zonder diploma op zak de arbeidsmarkt op. Zeker in tijden van crisis is het voor deze groep vrijwel onmogelijk om werk te krijgen. Mét diploma is het vinden van een baan al lastig, zonder ben je vrijwel kansloos.

Ook het vinden van een stage- of leerwerkplek kost steeds meer moeite. Nog een gevolg van de economische crisis waardoor het voor jongeren moeilijker is om kennis te maken met werkgevers en hun kansen om te arbeidsmarkt te vergroten.

Maar het is niet alleen in het belang van de jongeren zelf om hun opleiding af te maken of een stageplek te bemachtigen. Bedrijven in verschillende sectoren staan te springen om goed opgeleide arbeidskrachten. Zonder die werknemers kunnen zij niet optimaal gebruik maken van de kansen die er liggen in een toch al moeilijke markt.

Dat vraagt om actie. Deze week tekenden we daarom een convenant waarin gemeente, onderwijs en bedrijven in de technische sector, met elkaar afspreken om 100 extra leerwerkplekken te creëren en vijftig extra stageplaatsen. Een mooi resultaat dat in een paar weken tot stand kwam. De gemeente investeert een ton en faciliteert zo onderwijs en bedrijven om dit voor elkaar te krijgen.

Die investering levert veel op. Bedrijven kunnen zo hun werknemers van de toekomst opleiden, terwijl jongeren hun opleiding afmaken en via een stageplek in contact komen met potentiële werkgevers. Gezamenlijk promoten we ook nog dat jongeren meer kiezen voor een opleiding in de techniek. Want daar ligt in de toekomst veel werk, dat nog goed betaalt ook.

Zo dragen bedrijven, onderwijs en gemeente samen bij aan het voorkomen van schooluitval onder jongeren én een sterkere (regionale) economie. Een mooi resultaat dat mij deze week bij de ondertekening van het convenant veel energie gaf. Fijn om zo aan de vakantie te beginnen.