Diversiteit

Vanavond gaan drie kandidaat-lijsttrekkers van D66 voor de Europese verkiezingen met elkaar in debat in Den Haag. Marietje Schaake, Felix Klos en Sophie in ‘t Veld kruisen de degens over een thema dat al langer het hart van de Eurpese Unie raakt, en maar niet tot een oplossing komt: diversiteit.

Diversiteit lijkt een vies woord te zijn geworden. Steeds vaker spreken politici, ter linker en ter rechter zijde, over het versterken nationale identiteit, het belang van tradities en loyaliteit. Wie in Nederland woont moet aan een vaag ideaal beantwoorden van de Nederlandse staatsburger. Daarin past kennelijk geen schotel aan de gevel, een dubbel paspoort, een hoofddoek, een moskee of wat dan ook dat uitdrukking geeft aan de diverse achtergrond van ieder die in Nederland woont, werkt of studeert

Afgelopen maandag was ik in Nijmegen bij de intromarkt voor de nieuwe studenten om D66 en de JD onder de aandacht te brengen. Het was heerlijk te spreken met Duitse, Spaanse en Franse jongeren die Nijmegen gekozen hadden voor hun studie psycologie, rechten of kunst en cultuur. Onbevangen, nieuwsgierige mensen die onze stad en Nederland verrijken en met een beter beeld van mensen uit een ander land naar huis gaan.

Diversiteit is de zuurstof van de samenleving. Het geeft kleur en dynamiek aan ons dagelijks leven. Diezelfde dynamiek heeft Europa nodig. Hameren op die Nationale identiteit werkt averechts en verstikt elke samenleving. Roepen dat er ook mensen zijn die zich isoleren in hun eigen identiteit of er abjecte ideeën op na houden doet hier niets aan af. Je mag in dit land gelukkig denken en doen wat je wilt, mits je je aan de wet houdt. En gelukkig biedt de wet nog heel veel ruimte om uiting te geven aan die diversiteit. Dat moeten in Nederland en in ons mooie Europa een kernwaarde zijn. Ik ga er vanuit dat ik dat vanavond van alle drie de kandidaten zal horen.

Bekend maakt bemind

Mijn vader speelde klarinet en was voorzitter van de plaatselijke harmonie. Als we ʻs avonds in bed lagen kregen aspirant leden van de harmonie in onze huiskamer les van mijn vader. Saxofoon, tuba, trompet en natuurlijk klarinet. We hoorden ze oefenen en vielen langzaam in slaap terwijl mijn vader onvermoeibaar jonge mensen noten leerde lezen. Later stuurde hij ons op blokfluitles naar de muziekschool, een dorp verderop. Leuk vonden we het niet, maar hier is wel de kiem gelegd van mijn liefde voor cultuur.

Geliefd en verguisd
Kunst en cultuur nemen een rare positie in, in onze samenleving. In elke discussie over de vitaliteit van de stad, de aantrekkelijkheid van de binnenstad of het gebruik van leegstaande gebouwen is het eerste wat iedereen roept dat het gebruikt moet worden voor kunstenaars. Wat daar dan precies mee bedoeld wordt, lijkt niemand precies te weten, maar dat er iets met kunst en cultuur moet komen lijkt de sleutel tot de oplossing van elk probleem.
Wanneer we echter Nederlanders vragen waarop bezuinigd zou moeten worden noemt men steevast twee dingen; ontwikkelingssamenwerking en kunst en cultuur. Hoewel we in ons dagelijks leven voortduren het belang van kunst en cultuur benadrukken voor de leefbaarheid van een stad en de economische effecten daarvan, vinden we ook dat het geen geld van de overheid mag kosten. Waar komt die tweespalt vandaan? Wat maakt dat we cultuur omarmen als we er dagelijks van genieten, en tegelijkertijd vinden dat het niks mag kosten?

Misschien komt het wel omdat mensen die actief zijn in de kunst en cultuursector niet als professionals gezien worden maar als liefhebbers. Wie er zijn beroep van maakt kan het niet uitoefenen zonder passie. Natuurlijk geldt dat ook voor een schoenmaker, een leerkracht of een buschauffeur. Toch lijkt dat bij de professionals in de kunst en cultuur anders te liggen. We worden dagelijks via radio en tv geconfronteerd met zeer diverse vormen van kunst en cultuur. Welke jongere loopt niet met oordopjes over het schoolplein te luisteren naar de nieuwste muziek. Zet de radio aan en je hoort muziek. En altijd klinkt het goed en is het bijna vanzelfsprekend goed. Daarmee lijkt het niet bijzonder meer en

Je zou zomaar kunnen vergeten hoeveel tijd en energie het kost om die muziek te maken, dat boek te schrijven of die vaas te ontwerpen. We zien het resultaat maar niet het vakmanschap dat er aan voorafgaat en er voor nodig is. De uren die muzikanten oefenen voor ze die symfonie van Mahler perfect kunnen spelen. De uren die een modeontwerper in zijn atelier bezig is om dat jurkje te ontwerpen, dat we vervolgens voor een paar tientjes in de Primark kunnen kopen. Of de uren die een cabaretier steekt in de teksten die hij zo uit zijn mouw lijkt te schudden. De verbinding tussen de geleverde inspanning, het noodzakelijke vakmanschap en het eindresultaat is verloren gegaan.

We zijn ook vergeten dat alles in onze omgeving het resultaat is van iemand die nagedacht heeft over vorm, kleur, materiaal, klank en wat niet meer om dat wat we heel gewoon vinden, te maken. Elk kopje, elke stoel, boek, tafel, toiletrol elke wc-borstel is bedacht. Iedere fiets is ontworpen, er is nagedacht over de vorm van de lantaarnpaal, over je jas, je schoenen. Over alles wat we dagelijks gebruiken is uren nagedacht en er is met veel vakmanschap aan gewerkt. We zijn het vergeten. We weten het niet en we waarderen het niet. En dan is het ook gemakkelijk om er op te bezuinigen, zo lijkt het.

Wie moet zich distantieren van wie?

Burgemeester Aboutaleb van Rotterdam riep moslims in Nederland op zich te distantiëren van IS. Klinkt heel logisch maar als je er even over nadenkt is het toch wel raar. Welke katholiek werd ten tijde van de bomaanslagen van de IRA opgeroepen zich van deze katholieke terreurbeweging te distantiëren? Vragen we joden om zich van de politiek van Israël te distantiëren? Worden Boedisten gevraagd zich te distantiëren van radicale Boedisten die in Birma moslim minderheden uitmoorden?

We benadrukken in het integratiedebat steeds maar weer dat we het individu niet verantwoordelijk kunnen en mogen houden voor wat anderen in naam van hun geloof, etniciteit of nationaliteit doen. Ik zag bij Nieuwsuur vorige week een aardig debatje tussen Nourdin el Quadi van de islamitische partij NIDA en VVD tweede kamerlid Malik Azmani. Twee mannen met eenzelfde achtergrond maar met een zeer verschillende kijk op  de zaak. De VVD-er die alles wat met cultuur en religie te maken heeft naar het prive-domein verbant. Je mag zijn wat je wilt, is het adagium, maar niet in de openbare ruimte. Hij zei er niet bij wat je dan wel in de openbare ruimte mag laten zien. En hij richtte de beperking vooral op moslims. El Quadi pleitte juist voor het stoppen met het verbergen van je etnische of religieuze identiteit. Maak er geen probleem van. Blijf niet roepen dat de multiculturele samenleving niet gewenst is. Hij bestaat en we moeten er mee leven. Geef daarin, zo pleitte hij, ruimte om te zijn wie je wilt zijn, binnen de kaders van de Nederlandse wet.

Ik ben zelf in de jaren 80 van de vorige eeuw intensief met intercultureel onderwijs aan de slag geweest. Het klopt, we hebben veel fouten gemaakt, waren veel te makkelijk, en stelden veel te weinig eisen. Maar het wordt tijd dat we inzien dat Nederland een multiculturele samenleving is en dat dat niet meer weggaat. Dat we met elkaar een manier zullen moeten vinden om het een beetje aangenaam voor ons allemaal te maken. Daarin pas volgens mij niet dat we een bevolkingsgroep eisen opleggen die we aan ons zelf niet stellen.

Ik hoop dat het lukt om eens wat makkelijker om te gaan met de diversiteit op straat, de moskee in onze stad of met andere opvattingen over wat wel of niet goed is. Nederland is juist met deze tolerantie groot geworden. In de Gouden Eeuw was Amsterdam een walhalla voor vrijdenkers. Mensen uit heel  Europa kwamen naar hier omdat ze mochten zeggen en denken wat ze vonden. Nergens waren zoveel drukkerijen als in Amsterdam. De diversiteit is geen bedreiging maar een kans. Lees het boek Amsterdam van Russel Shirto. Leer waarom we zijn zoals we zijn.

Piet make-over challenge

Van de week zag ik bij DWDD een heftige discussie over de toekomst van Zwarte Piet. Een aantal prominente Nederlanders heeft een positief initiatief genomen om Piet een make-over te geven. Mooi initiatief vind ik. Waar ik van schrik is de enorme heftigheid waarmee het debat gevoerd wordt. Aan tafel proberen de gasten vooral de redelijkheid van hun initiatief naar voren te brengen en vragen vol vuur de tegenstanders om hun felheid te laten varen. Dat gaat natuurijk niet werken, en dat zie je in de reacties van de tegenstanders.

Waar ik van schrik is dat dit niet alleen politiek wordt uitgebuit. Leefbaar Rotterdam die pieten-posters in de stad ophangt, maar ook de PVV werpt zich op als hoeder van ons erfgoed. Nationalistisch populistisch vind ik. Piet is cultureel en historisch erfgoed geworden en daar mag je niet aankomen. Dat gaat natuurlijk volstrekt voorbij aan de tot standkoming van de traditie. Sterk bepaald door de tijd waarin dat ontstond en we nog heel anders dachten over mensen met een andere huidskleur.

Daarnaast heeft de commercie het beeld dat we nu van Sinterklaas en het feest hebben, in hoge mate bepaald. En ook daarin is in de loop van de tijd verandering gekomen. Waarom zou verdere verandering niet mogen of onmogelijk zijn, zonder het kinderfeest geweld aan te doen. Piet is in de loop van de jaren veel lichter van kleur geworden, niet meer altijd de domme boeman, en de dikke rode lippen en oorbellen zijn bij heel veel pieten al verdwenen.

De bedreigingen aan bv Peter R de Vries op social media zijn verontrustend, maar ook weer niet zo veel anders dan de bagger die vele reaguurders op nieuwssites de wereld in slingeren. Na de icebucket challenge wordt het nu volgens mij tijd dat we onze creativiteit ook hier aanspreken. Ik roep op tot een Piet make-over challenge. Smink jezelf als piet maar dan in de nieuwe vorm die jij vind dat past bij een kinderfeest in deze tijd. Post het op social media. Dat moet toch wat opleveren.

En ik ben het met Peter R de Vries eens, die aan het eind van het gesprek in DWDD zei, ‘Dit is niet meer te stoppen en over vijf of tien jaar ziet piet er heel anders uit’.

 

 

Alle kinderen naar de Nachtwacht

Het Rijks Museum in Amsterdam is na een renovatie van tien jaar weer open. In samenwerking met de BankGiroLoterij ontwikkelde het Rijks een project om alle kinderen van groep 8 van de basisschool uit te nodigen naar de Nachtwacht te komen kijken. Ons nationaal erfgoed en misschien wel het beroemdste schilderij van Nederland.

Ik hoorde van dit plan in januari 2013 en vond het meteen een fantastisch plan. Ik heb Nijmegen dan ook direct aangemeld om een Nijmeegse school als eerste aan dit project mee te laten doen. Vandaag was het zo ver. 50 kinderen van groep 8 van basisschool De Muze gingen met een speciale bus naar Amsterdam.

Om 08.15 stond ik met de leerkrachten en conservator Pieter Roelofs klaar voor vertrek. In Amsterdam werden we opgewacht door Wim Pijbes, directeur van het Rijks Museum. En natuurlijk moesten er foto’s gemaakt worden, want de pers was goed vertegenwoordigd. Alleen het Jeugdjournaal schitterde door afwezigheid. Tot teleurstelling van de kinderen.

In het museum kregen de kinderen een rondleiding langs de 17e eeuwse kunst en die eindigde natuurlijk bij de Nachtwacht. De kinderen waren goed voorbereid en konden veel vragen beantwoorden over de handel, de tachtigjarige oorlog en over Nova Zembla. Wat een film al niet kan doen.

De ontvangst in het museum was fantastisch. We werden, ondanks de drukte overal doorheen geloodst. De duizenden bezoekers binnen stoorden de kinderen ogenschijnlijk niet en ze bleven tot het laatst geboeid. Voor in de bus was er nog een speciale uitgave van Donald Duck over het museum. Alom enthousiasme bij leerkrachten en leerlingen.

Inmiddels hebben zich in Nijmegen al veel scholen zich aangemeld voor hetzelfde bezoek aan de nachtwacht. Bijna 1000 kinderen gaan de komende maanden naar de Nachtwacht. Ik hoop dat alle scholen die zich nog niet gemeld hebben, nog volgen. Voor de losten hoeven ze het niet te laten de 5 euro per leerling neemt de gemeente voor haar rekening.

Een geslaagde dag en een mooie opsteker voor cultuur. Deze dag zullen de leerlingen niet snel vergeten. En daar gaat het tenslotte om.