Voorzitter D66?

Een jaar geleden besloot ik om me kandidaat te stellen voor het landelijk bestuur van D66. Na een korte campagne werd ik op 1 november gekozen op ons congres in Den Bosch. Ik ben nu ruim een half jaar aan de slag en opnieuw heb ik besloten me in een verkiezing te storten. Namelijk die voor voorzitter van D66.

Ik ben nu secretaris politiek in het bestuur. Een mooie rol, want ik mag me bezighouden met de inhoud van ons gedachtengoed. Als eerste is er het wetenschappelijk bureau, de Mr. Hans van Mierlostichting en daarnaast de Permanente Programma Commissie die werkt aan de bouwstenen van het verkiezingsprogramma. Ook ben ik verantwoordelijk voor de vele (bijna 20) Thema Afdelingen met honderden leden die zich in allerlei onderwerpen verdiepen. Een mooie portefeuille waarin ik me prettig voel. Het werken met de medewerkers op het landelijk kantoor is uiterst plezierig en professioneel.

In deze rol mag ik ook regelmatig te gast zijn bij de vergadering van de Tweede en Eerste Kamer-fractie en overleg ik over de inhoudelijke aansluiting tussen het dagelijkse werk in de kamer en het debat in de partij. Waarom dan nu voorzitter worden?

Onze voorzitter Fleur Gräper werd na de statenverkiezingen gedeputeerde in Groningen. Een prachtige baan, maar niet met het voorzitterschap te combineren. Dan gebeurt het bij mij vanzelf dat ik me afvraag of voorzitter een rol voor mij zou kunnen zijn. Over mijn kandidatuur voor het landelijk bestuur heb ik vorig jaar goed nagedacht en zo heb ik dat nu ook gedaan. Gesprekken voeren met mensen op alle niveaus in de partij en onderzoeken of er draagvlak is voor mijn kandidatuur. En de conclusie is dat ik ik me ga kandideren.

Ik ben actief in D66 sinds 2005. Eerst als voorzitter van de afdeling Nijmegen, in een periode waarin de partij ‘op z’n gat’ lag. bijna op nul in de peilingen en minder dan 9000 leden. We hebben hard gewerkt, die tien jaar, om te komen waar we nu zijn. Permanente campagne, masterclasses, leden werven, professionaliseren. In 2006 was ik campagneleider bij de gemeenteraadsverkiezingen in Nijmegen. We haalden 2 zetels, een winst van 100% terwijl we overal elders verloren. In 2010 mocht ik voor D66 wethouder worden in Nijmegen, na een winst van vier zetels. In vier jaar wethouderschap heb veel geleerd over het besturen van een stad, maar ook de partij in al zijn geledingen beter leren kennen. Zowel in Thema-Afdellingen als op landelijke bijeenkomsten. Ik bezocht alle congressen sinds 2006. Met deze ervaringen in de partij heb ik een goede basis om me de partij de komende jaren verder te versterken.

FotoUtrechtNiet alleen moeten we leden behouden en werven, maar ook onze kiezers bereiken. We zullen het debat in de partij moeten versterken en meer mensen met ons gedachtengoed moeten bereiken. Daar hoort ook bij de werving, selectie en scholing van politieke vertegenwoordigers en bestuurders verder te ontwikkelen. De partij heeft een goede basis maar in een tijd waar kiezer steeds makkelijker van partij wisselt en niet gemakkelijk lid wordt, moeten we samen zoeken naar nieuwe manieren om het sociaal liberale gedachtengoed te verspreiden en nog meer mensen aan ons te binden, als lid maar ook op andere manieren. Dat vraagt veel van iedereen in de partij de komende jaren. Maar zo kunnen we opnieuw verkiezingen met vertrouwen tegemoet zien, deelnemen aan een kabinet en nieuw mensen een kans geven. Daar wil ik de komende jaren, met de leden, aan werken.

Opnieuw campagne voeren dus. Ondersteuningsverklaringen (100) verzamelen en begin september 3 presentatiebijeenkomsten, in Nijmegen, Gouda en Zwolle. Een spannende tijd met op 13 september de uitslag van de e-voting. Ik ga er voor.

Ben je lid van D66, en wil je mij steunen, laat het me weten en stem tussen 31/8 en 11/9 op mij.

 

22 februari 1944

Deze week zat ik, in het zonnetje, op het bankje in mijn voortuintje. De vogels floten in de frisse groene bladeren van de bomen in mijn straat. 70 jaar geleden moet het er hier heel anders uitgezien hebben. Mijn huis stond er niet en dat van de buren ook niet. In het half jaar voor het einde van de oorlog wat Nijmegen frontstad. Bijna dagelijks vielen er granaten overal in de stad. Ook op de plek waar mijn huis nu staat. Een gapend gat in de straat en zo waren er veel plekken waar de oorlog zijn sporen achterliet. Een straat verderop, in de Ruisdaelstraat, lagen de gevels van een hele rij huizen er uit. Voor wie het weet, kan zien dat hier iets gebeurd moet zijn, lang geleden.

Mijn buurman, kwam op zijn fiets langs en kwam bij me op het bankje zitten en vertelde over de laatste maanden van de oorlog en hoe de Canadezen en de Amerikanen door mijn straat en de volgende straat oprukten naar de Waalbrug. Het geweld en de angst moeten enorm geweest zijn.

Op 22 februari 1944, ruim een jaar voor het einde van de oorlog, werd Nijmegen gebombardeerd door uit Duitsland terugkerende Engelse en Amerikaanse bommenwerpers die met hun bommen op de terugweg waren omdat het weer in Duitsland te slecht was om doelen te kunnen zien. Boven Nederland was de lucht opgeklaard en ze besloten hun bommen alsnog te laten vallen, op wat ze dachten dat Duitse steden waren. De historische binnenstad van Nijmegen werd bijna compleet weggevaagd. Er vielen zeker 800 doden, maar waarschijnlijk meer omdat onderduikers niet werden meegeteld.

Op nog geen 100 meter van mijn huis liggen vele slachtoffers van dat bombardement begraven. Wie weet het nog. Misschien nu, in deze tijd van herdenken, staan we er bij stil. Ik hoorde het in de Stevenskerk dit jaar weer en natuurlijk bij de herdenking van het bombardement bij het monument ‘De schommel’ in de tuin van het stadhuis. Maar door het jaar heen kan ik nergens in Nijmegen terecht om te zien waarom onze binnenstad er uitziet zoals die er uit ziet.

Nog niet zo lang geleden ontmoette ik in de stad een echtpaar uit Assen dat de stad bezocht en mij de weg vroeg. Tegelijkertijd merkten ze op dat de binnenstad zo anders was dan ze verwacht hadden. De verwachtten een oude binnenstad. Ik kon ze vertellen waarom dat zo was, maar ik kon ze niet naar een plek verwijzen waar ze het hele verhaal konden zien. Dat is een gemis vind ik.

Het wordt tijd dat we in Nijmegen een permanente plek krijgen waar de herinnering aan het bombardement en de periode van Nijmegen als frontstad levend gehouden wordt voor komende generaties. We hebben het geprobeerd in het Vrijheidsumseum dat we in de Vasim wilden vestigen. Dat is niet gelukt. Maar nu wordt het tijd voor een nieuw initiatief om deze belangrijke periode in de geschiedenis van Nijmegen zichtbaar te maken. Het is te belangrijk voor de stad om daarvoor te verwijzen naar het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek. Misschien alsnog in de Vasim als initiatief van de huidige gebruikers, of in de benedenverdieping van Museum het Valkhof. Of misschien toch permanent in de Marienburgkapel?

Nijmegen is de oudste stad van Nederland en er wordt vaak geroepen dat de geschiedenis dan ook zichtbaar moet worden. Het wordt tijd dat dit gebeurt, niet met een incidentele tentoonstelling maar een permanent museaal monument voor de slachtoffers van het bombardement en de periode van Nijmegen als frontstad.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Bombardement_op_Nijmegen

http://www.brandgrens024.nl/

 

Wie vertrouwen we nog?

Vorig jaar besloot de staatssecretaris dat voortaan bij het advies van de basisschool voor een school voor voortgezet onderwijs niet meer de Cito-score gebruikt mocht worden maar het advies van de leerkracht. Dit kende de leerling immers het beste en kon het kind beter als geheel beoordelen. Niet de momentopname van de Cito-test mocht de basis voor het advies zijn. Dit jaar lopen honderden ouders naar testbureaus of zelfs naar de rechter omdat ze het advies van de leerkracht niet accepteren.

Bij ongelukken, brand of evenementen worden politieagenten, ambulancepersoneel, brandweerlieden en orde handhavers door omstanders belaagd. Ze worden belemmerd in  hun werk. De autoriteit die jarenlang gewoon was, lijkt verdwenen.

het vertrouwen in politici, van links tot rechts is laag. Luister maar naar de vele straatinterviews van onze actualiteitenprogramma’s. Politici zijn graaiers, alleen uit op hun macht, of ze weten niks, zijn niet capabel of belazeren de kluit. We kiezen ze nog wel, verwachten veel van het openbaar bestuur, maar we vertrouwen ze niet.

Om de zorg beter aan te sluiten bij wat de mensen willen, besloten we die zorg dichter bij de mensen te organiseren. De gemeente kreeg er vele taken bij omdat de gemeente in staat zou zijn dat meer op maat te kunnen. Nu de eerste keukentafelgesprekken gevoerd zijn, zien we dagelijks de kritiek op de incompetente ambtenaren die niet snappen wat mensen nodig hebben.

Dit weekend draaide de top van ABN AMRO de loonsverhoging terug die ze zouden krijgen. Onder druk van samenleving en politiek. Het zijn in ieders ogen graaiers en ze zijn alleen uit op hun eigen belang. Geen enkel vertrouwen, hebben we volgens 1Vandaag in een peiling. We vertrouwen ze niet maar vinden het weer niet zo erg dat we ons geld er weghalen.

Wat is er aan de hand? Waarom neemt het vertrouwen in mensen die leiding geven of verantwoordelijkheid dragen zo af. Het kan toch niet alleen zijn omdat er mensen fouten maken? Ongenuanceerd iedereen over een kam scheren is makkelijk. Je hoeft dan niet meer over de nuance na te denken. Zij en wij. Dat is het schema waarin we steeds meer denken.

Kritiek op de banken, leerkrachten, politieagenten, politici, ik heb het ook. Maar ik hoop dat we toch ook blijven zien dat heel veel in dit land uitstekend geregeld is. Dat er inderdaad wel dingen fout gaan, maar dat dat bij het leven hoort. Ik wil niet in een land leven dat er naar streeft elke fout te voorkomen, en daarvoor mijn vrijheid inperkt. Fouten en ongelukken horen bij het leven, maar gelukkig lukt het ons in Nederland om dit aardig te beperken.

Bekend maakt bemind

Mijn vader speelde klarinet en was voorzitter van de plaatselijke harmonie. Als we ʻs avonds in bed lagen kregen aspirant leden van de harmonie in onze huiskamer les van mijn vader. Saxofoon, tuba, trompet en natuurlijk klarinet. We hoorden ze oefenen en vielen langzaam in slaap terwijl mijn vader onvermoeibaar jonge mensen noten leerde lezen. Later stuurde hij ons op blokfluitles naar de muziekschool, een dorp verderop. Leuk vonden we het niet, maar hier is wel de kiem gelegd van mijn liefde voor cultuur.

Geliefd en verguisd
Kunst en cultuur nemen een rare positie in, in onze samenleving. In elke discussie over de vitaliteit van de stad, de aantrekkelijkheid van de binnenstad of het gebruik van leegstaande gebouwen is het eerste wat iedereen roept dat het gebruikt moet worden voor kunstenaars. Wat daar dan precies mee bedoeld wordt, lijkt niemand precies te weten, maar dat er iets met kunst en cultuur moet komen lijkt de sleutel tot de oplossing van elk probleem.
Wanneer we echter Nederlanders vragen waarop bezuinigd zou moeten worden noemt men steevast twee dingen; ontwikkelingssamenwerking en kunst en cultuur. Hoewel we in ons dagelijks leven voortduren het belang van kunst en cultuur benadrukken voor de leefbaarheid van een stad en de economische effecten daarvan, vinden we ook dat het geen geld van de overheid mag kosten. Waar komt die tweespalt vandaan? Wat maakt dat we cultuur omarmen als we er dagelijks van genieten, en tegelijkertijd vinden dat het niks mag kosten?

Misschien komt het wel omdat mensen die actief zijn in de kunst en cultuursector niet als professionals gezien worden maar als liefhebbers. Wie er zijn beroep van maakt kan het niet uitoefenen zonder passie. Natuurlijk geldt dat ook voor een schoenmaker, een leerkracht of een buschauffeur. Toch lijkt dat bij de professionals in de kunst en cultuur anders te liggen. We worden dagelijks via radio en tv geconfronteerd met zeer diverse vormen van kunst en cultuur. Welke jongere loopt niet met oordopjes over het schoolplein te luisteren naar de nieuwste muziek. Zet de radio aan en je hoort muziek. En altijd klinkt het goed en is het bijna vanzelfsprekend goed. Daarmee lijkt het niet bijzonder meer en

Je zou zomaar kunnen vergeten hoeveel tijd en energie het kost om die muziek te maken, dat boek te schrijven of die vaas te ontwerpen. We zien het resultaat maar niet het vakmanschap dat er aan voorafgaat en er voor nodig is. De uren die muzikanten oefenen voor ze die symfonie van Mahler perfect kunnen spelen. De uren die een modeontwerper in zijn atelier bezig is om dat jurkje te ontwerpen, dat we vervolgens voor een paar tientjes in de Primark kunnen kopen. Of de uren die een cabaretier steekt in de teksten die hij zo uit zijn mouw lijkt te schudden. De verbinding tussen de geleverde inspanning, het noodzakelijke vakmanschap en het eindresultaat is verloren gegaan.

We zijn ook vergeten dat alles in onze omgeving het resultaat is van iemand die nagedacht heeft over vorm, kleur, materiaal, klank en wat niet meer om dat wat we heel gewoon vinden, te maken. Elk kopje, elke stoel, boek, tafel, toiletrol elke wc-borstel is bedacht. Iedere fiets is ontworpen, er is nagedacht over de vorm van de lantaarnpaal, over je jas, je schoenen. Over alles wat we dagelijks gebruiken is uren nagedacht en er is met veel vakmanschap aan gewerkt. We zijn het vergeten. We weten het niet en we waarderen het niet. En dan is het ook gemakkelijk om er op te bezuinigen, zo lijkt het.