Bekend maakt bemind

Mijn vader speelde klarinet en was voorzitter van de plaatselijke harmonie. Als we ʻs avonds in bed lagen kregen aspirant leden van de harmonie in onze huiskamer les van mijn vader. Saxofoon, tuba, trompet en natuurlijk klarinet. We hoorden ze oefenen en vielen langzaam in slaap terwijl mijn vader onvermoeibaar jonge mensen noten leerde lezen. Later stuurde hij ons op blokfluitles naar de muziekschool, een dorp verderop. Leuk vonden we het niet, maar hier is wel de kiem gelegd van mijn liefde voor cultuur.

Geliefd en verguisd
Kunst en cultuur nemen een rare positie in, in onze samenleving. In elke discussie over de vitaliteit van de stad, de aantrekkelijkheid van de binnenstad of het gebruik van leegstaande gebouwen is het eerste wat iedereen roept dat het gebruikt moet worden voor kunstenaars. Wat daar dan precies mee bedoeld wordt, lijkt niemand precies te weten, maar dat er iets met kunst en cultuur moet komen lijkt de sleutel tot de oplossing van elk probleem.
Wanneer we echter Nederlanders vragen waarop bezuinigd zou moeten worden noemt men steevast twee dingen; ontwikkelingssamenwerking en kunst en cultuur. Hoewel we in ons dagelijks leven voortduren het belang van kunst en cultuur benadrukken voor de leefbaarheid van een stad en de economische effecten daarvan, vinden we ook dat het geen geld van de overheid mag kosten. Waar komt die tweespalt vandaan? Wat maakt dat we cultuur omarmen als we er dagelijks van genieten, en tegelijkertijd vinden dat het niks mag kosten?

Misschien komt het wel omdat mensen die actief zijn in de kunst en cultuursector niet als professionals gezien worden maar als liefhebbers. Wie er zijn beroep van maakt kan het niet uitoefenen zonder passie. Natuurlijk geldt dat ook voor een schoenmaker, een leerkracht of een buschauffeur. Toch lijkt dat bij de professionals in de kunst en cultuur anders te liggen. We worden dagelijks via radio en tv geconfronteerd met zeer diverse vormen van kunst en cultuur. Welke jongere loopt niet met oordopjes over het schoolplein te luisteren naar de nieuwste muziek. Zet de radio aan en je hoort muziek. En altijd klinkt het goed en is het bijna vanzelfsprekend goed. Daarmee lijkt het niet bijzonder meer en

Je zou zomaar kunnen vergeten hoeveel tijd en energie het kost om die muziek te maken, dat boek te schrijven of die vaas te ontwerpen. We zien het resultaat maar niet het vakmanschap dat er aan voorafgaat en er voor nodig is. De uren die muzikanten oefenen voor ze die symfonie van Mahler perfect kunnen spelen. De uren die een modeontwerper in zijn atelier bezig is om dat jurkje te ontwerpen, dat we vervolgens voor een paar tientjes in de Primark kunnen kopen. Of de uren die een cabaretier steekt in de teksten die hij zo uit zijn mouw lijkt te schudden. De verbinding tussen de geleverde inspanning, het noodzakelijke vakmanschap en het eindresultaat is verloren gegaan.

We zijn ook vergeten dat alles in onze omgeving het resultaat is van iemand die nagedacht heeft over vorm, kleur, materiaal, klank en wat niet meer om dat wat we heel gewoon vinden, te maken. Elk kopje, elke stoel, boek, tafel, toiletrol elke wc-borstel is bedacht. Iedere fiets is ontworpen, er is nagedacht over de vorm van de lantaarnpaal, over je jas, je schoenen. Over alles wat we dagelijks gebruiken is uren nagedacht en er is met veel vakmanschap aan gewerkt. We zijn het vergeten. We weten het niet en we waarderen het niet. En dan is het ook gemakkelijk om er op te bezuinigen, zo lijkt het.