Vliegende start

2011 begint met de nieuwjaarsreceptie van de gemeente in de Vereeniging. De receptie maakt mooi duidelijk wat voor bijzondere dingen er op onderwijsgebied gebeuren in Nijmegen. Zo wordt Mia Schoffelen, initiatiefnemer van het prachtige vrijwilligersproject School’s Cool uitgeroepen tot Nijmegenaar van het jaar 2010. School’s Cool is een mentororganisatie die kwetsbare leerlingen begeleidt en ondersteunt bij de overgang van basisschool naar het voortgezet onderwijs. School’s Cool begon vijf jaar geleden met twintig kinderen. Dankzij de inzet van Mia Schoffelen is in 2010 de 100ste mentor actief geworden. Deze vrijwillige mentoren begeleiden wekelijks zo’n honderd risicoleerlingen, en leveren zo een grote bijdrage aan het voorkomen schooluitval en het vergroten van onderwijskansen van de leerlingen.

Maar School´s Cool is niet het enige onderwijsproject waarmee de bezoekers van de nieuwjaarsreceptie kennis maken. Ook het ROC Nijmegen is goed vertegenwoordig met de leerlingen van de Willem Nijholt Academie. Deze leerlingen volgen een speciale opleiding voor een beroeps-carrière in het theatervak, en laten een volle zaal zien wat ze waard zijn.

De volgende dag begint het normale werkpatroon zijn plaats weer in te nemen. De eerste college-vergadering staat nog in het teken van het opstarten maar al snel gaat het weer over wezenlijke ontwikkelingen in de stad. We zijn ons er als college van bewust dat we de komende maanden steeds meer zicht krijgen op de effecten van het nieuwe Rijksbeleid op de financiële situatie van de gemeente en welke gevolgen dat heeft voor onze ambities.

De eerste week is er ook tijd voor een interview door drie leerlingen van de groenschool Helicon. Ze zijn op school bezig met een project over homoseksualiteit en willen iemand met ervaring en in een verantwoordelijke positie daarover interviewen.

Ze zijn met z’n drieën. Een beetje schuchter komen ze mijn kamer binnen. 13 en 14 jaar zijn ze. De vragen hebben ze keurig voorbereid en op een keurig opgevouwen briefje geschreven. Eén zal het verslag maken en de andere twee stellen om en om de vragen. Het zijn de gebruikelijke vragen over of ik weleens gepest ben, wanneer ik ‘uit de kast kwam’, of ik het aan mijn moeder heb verteld etcetera. In het begin wordt elk antwoord dat ik geef gevolgd door een volgende vraag en ontstaat er nauwelijks een gesprek. Gelukkig verandert dat na een half uurtje als ze zich meer op hun gemak voelen en merken dat ze mij echt alles kunnen vragen.

Het valt me op dat deze kinderen signaleren dat de intolerantie in hun omgeving toeneemt. Het is daarom heel goed dat hun school dit project organiseert, en dat ze in dit project kennismaken met volwassenen die niet geheimzinnig doen over hun seksuele voorkeur. In Nijmegen draait om die reden ook al jaren een voorlichtingsproject voor het voortgezet onderwijs. Zo’n project willen we ook voor de bovenhouw van het basisonderwijs en op het ROC. COC en GGD zijn met de ontwikkeling bezig en ik hoop nog dit jaar de plannen door de raad te krijgen.

Het gesprek met deze jongeren was daarom weer heel leerzaam, want het illustreerde uitstekend waarom voorlichting over dit onderwerp in het basis en in het voortgezet onderwijs zo belangrijk is.