Grensgevallen

In de de stapel stukken die ik, na een werkbezoek aan het Waterkwartier, nog moet doorploegen, ontdek ik een  tekst in het Duits. Het is mijn welkomsttoespraak voor een bijeenkomst woensdagmiddag in de raadszaal. Stadsregio Arnhem Nijmegen en de gemeenten Kleve, Kranenburg en Emmerich hebben enkele jaren geleden opdracht gegeven een document op te stellen over samenwerking over de Nederlands Duitse grens heen. Onder mijn toespraak vind ik het rapport. Rot8. Geen idee waar het voorstaat maar het bevat een schat aan informatie over grensoverschrijdende verbindingen.

Zoals zo vaak in dit soort rapporten blijkt onze regio precies tussen twee grote industriegebieden te liggen; de Randstad en het Ruhrgebied. Alle kaartjes in het rapport bewijzen het. Het rapport laat zien dat de regio Arnhem Nijmegen niet ophoudt bij de grens, al doen veel kaarten in Nederlandse rapporten anders vermoeden. Bij de grens lijkt de wereld in eens op te houden. Een zelfde beeldzie je overigens ook in veel Duitse rapporten. Rot8 laat zien dat als je de kaart van Duitsland en van Nederland in de grensstreek laat doorlopen, er talloze verbindingen zijn ontstaan. Veel Nederlanders kopen in Kranenburg een huis omdat het de helft kost van eenzelfde huis in Nederland. 30% van de kinderen op de basisschool in Kranenburg heeft de Nederlandse nationaliteit. Duitse studenten halen hun diploma aan de HAN en een nieuwe Hochschule in Kleve probeert Nederlandse studenten te trekken.

Winkelen doen veel Nederlanders in Kleve en omgekeerd vinden steeds meer Duitsers de winkels in NIjmegen. En ook vinden steeds meer Duitsers werk in Nederland, in de Stadsregio Arnhem Nijmegen. Kortom, een mooi onderwerp om eens een middag mee bezig te zijn. De raadszaal vult zich met zo’n 100 bestuurders, politici en een paar ondernemers om van de onderzoekers en de betrokkenen te horen hoe met de bevindingen van het rapport verdere samenwerking gerealiseerd kan worden.

Ik mag het spits afbijten. Vier pagina’s Duitse tekst om uit te spreken. Gelukkig ben ik een Achterhoeker en keken we als kind even vaak naar de Duitse televisie (Hier und Heute, Abenteuer unter wasser enz.) en is mijn Duits voldoende. De Duitse gasten zijn onder de indruk van onze raadszaal. Het komt hen voor als een parlement op nationaal of Europees niveau. Die kunnen we in onze zak steken.

Na mijn welkomstwoord mag ik, als voormalig beroeps dagvoorzitter en interviewer, een geprek voeren met Frank Stoteler (faculteitsdirecteur HAN) en Frau prof. dr. ML. Klotz (prasidentin van de Hochschule RheinWaal in Kleve. Een mooi tweetalig gesprek over samenwerking tussen de beide hogescholen. Er spreekt enthousiasme uit en optimisme over de ontwikkeling van beide onderwijsinstellingen. Dat doet mij goed als wethouder van onderwijs.

 De discussie is open, en alom zoekt men naar mogelijkheden om de samenwerking, zoals in het rapport beschreven, verder op te pakken. Deze middag lijkt de grens niet te bestaan.

Gedicht op een T-shirt

Elke maandag zit helemaal dichtgetimmerd met portefeuille-overleggen (‘PO’s’, zoals het in het stadhuisjargon heet) over mijn portefeuille’s Mobiliteit, Cultuur en Onderwijs. Deze maandag (4 oktober) is wat dat betreft niet anders. Maar om 13.00 uur heb ik een mooie onderbreking.

In de hal van Voorzieningenhart De Klif in Oosterhout wordt dan namelijk het laatste gedicht van onze afscheid nemende Stadsdichter Jaap Robben onthuld. Voor 217 leerlingen uit groep 7 en 8 van basisscholen De Oversteek en De Geldershof, en de brugklassers van het Citadel College schreef Jaap een gedicht met precies 217 tekens. Elke letter van het gedicht is op een t-shirt gedrukt. Door middel van workshops hebben alle leerlingen zelf een gedicht geschreven bij hun letter. Dit gedicht staat ook op de achterkant van het t-shirt. Een fotografe legde vervolgens alle leerlingen vast met hún letter op een t-shirt en hún gedicht. De foto’s vormen een tentoonstelling die vandaag wordt geopend, samen met de gedichten die als een waslijn aan de balustrade van de hal in De Klif zijn bevestigd.

Trots lopen de leerlingen deze middag langs de foto’s, en wijzen op de shirts die ze gemaakt hebben. Ik mag de leerlingen toespreken. Geen publiek om nou eens diepgaand de waarde van poëzie te bespreken. Gelukkig ben ik onderwijzer geweest en lukt het om de aandacht te krijgen en lang genoeg vast te houden.

Gedichten schrijven is niet makkelijk omdat je heel precies moet weten wat je wilt zeggen. Daar moet je dan ook nog de juiste woorden voor vinden. Een gedicht schrijven helpt daarom om goed naar je omgeving te kijken. Je moet vooral nadenken over wat je van je omgeving vindt en dat dan in woorden vatten. De leerlingen lijken het met me eens, zeker als ik de hoop uitspreek dat een van hen in de toekomst een keer Stadsdichter zal worden.

Drie leerlingen lezen hun gedicht voor. Een beetje schuchter maar met overtuiging lezen ze hun werk voor en krijgen er een gul applaus voor. Mooi om te zien hoe die bijna-pubers zo met taal en hun gevoelens bezig zijn geweest. Jaap Robben leest ook zijn gedicht nog eens voor en neemt daarmee afscheid als Stadsdichter. Toeval zegt hij, maar het is wel een mooi moment omdat hij zich bij zijn aantreden tot doel had gesteld zijn gedichten vooral onder de mensen te brengen.

Vandaag is hem dat prima gelukt. Samen met Lux heeft hij er een geslaagd project van gemaakt. Rond twee uur rijd ik terug naar het stadhuis voor een reeks volgende vergaderingen. Ondertussen realiseer ik me dat wat we in die vele vergaderingen beslissen kunnen leiden tot mooie resultaten. Het Stadsdichterproject en de happening in De Klif vanmiddag zijn er een goed voorbeeld van.

Het gedicht Jaap Robben:

Vanaf een overkant kun je het beste naar jezelf kijken.

Je herkent de dingen, wijst ze met je vinger aan.

Een trein, het strand, bomen en je school.

Misschien het puntje van je huis.

Maar je voelt dat er iets mist in het geheel.

Iemand,

op jouw fiets bijvoorbeeld,

met jouw naam.