55.000 mensen voor Muse in het Goffertpark

Afgelopen zaterdagavond bleek weer dat Nijmegen misschien wel de mooiste locatie van het land heeft voor een popconcert. Muse, een van de beste live bands ter wereld, zette voor 55.000 fans een bijzonder spectaculaire show neer in het Goffertpark. Zo’n topact op de Goffertwei is prachtige promotie voor de stad, en is iets waar we erg trots op mogen zijn.

Musejuni2010Maar het zorgt ook voor een hoop geregel. Vorige week werd ik geconfronteerd met de impact van de enorme hoeveelheid mensen die naar zo’n concert komt op de bereikbaarheid van Nijmegen. Kunnen alle mensen op tijd bij het concert zijn, zijn de routes allemaal goed aangegeven, waar kan men parkeren en vooral, hoe zorgen we er voor dat zoveel mogelijk mensen met het openbaar vervoer komen?

Dat laatste bleek nog niet zo eenvoudig. Hoewel het concert ruim op tijd bij NS was aangekondigd bleken er veel werkzaamheden aan het spoor gepland. Een week voor aanvang van het concert kwam de NS daarom met de mededeling dat de laatste trein relatief vroeg zou vertrekken vanaf centraal station.

Het concert zou om 23.00 uur eindigen en de laatste trein uit Nijmegen vertrok al om 0.17 uur. Vooraf was ingeschat dat circa 12.000 mensen met de trein zouden komen. Wat zou er gebeuren als het niet zou lukken om binnen een uur en een kwartier iedereen van het Goffertpark naar het station te krijgen, en mensen hun laatste trein zouden missen?

Wat volgde was intensief overleg met de organisatie (Mojo en LOC7000) van het concert en de NS. Zowel wij als de organisatie wilden namelijk wel de zekerheid dat er voldoende bussen beschikbaar zouden zijn om iedereen op tijd te kunnen vervoeren richting station. Ook wilden we van de NS de garantie dat ze bussen achter de hand zouden houden voor het geval mensen toch de laatste trein zouden missen. Ook besloot de organisatie om de start (en dus ook het einde) van het concert met een kwartier te vervroegen, en werden de bezoekers van het concert vantevoren via e-mail opgeroepen om na afloop van het concert niet te blijven hangen.

Gelukkig zijn het concert en het transport van de bezoekers zonder noemenswaardige problemen verlopen. Nog tijdens het concert meldde de organistie me dat een kleine 8000 mensen met de trein en de pendelbussen naar het concert waren gekomen, dus dat zou na afloop geen problemen opleveren.

Jammer is het natuurlijk wel dat de e-mail die aan bezoekers is gestuurd met de oproep om op tijd richting station te vertrekken meer mensen heeft doen besluiten met de eigen auto te komen met alle nadelen van dien. Dat willen we natuurlijk ook niet, maar in dit geval hadden Mojo en Loc 7000 geen andere keuze. Ik moet zeggen dat ik onder de indruk ben van de professionaliteit waarmee het concert was georganiseerd.

Er ligt al wel een afspraak om met de organisatie en de NS de gang van zaken goed te evalueren. Eind 2012 hebben we waarschijnlijk een nieuw treinstation bij het Goffertpark. Mogelijk dat dat de logistiek bij dit soort concerten, die toch heel interessant zijn voor Nijmegen, eenvoudiger maakt.

Komend weekend is Rockin’Park. Opnieuw verwachten we vele duizenden fans. Opnieuw een test voor de orgainsatiekracht van de stad maar zeker ook van de afspraken met organisatie en NS. Zondagmiddag krijg ik een uitgebreide rondleiding achter de schermen, en pik ik misschien ook nog het optreden van Pearl Jam mee.

Subsidie, emotie en objectiviteit

De overheid geeft subsidies aan tientallen instellingen en organisaties. Die subsidies, groot of klein, moeten passen binnen het beleid dat door de raad is vastgesteld. Voor de grote gesubsidieerde instellingen zoals de bibliotheek, het museum of LUX stellen we overeenkomsten op waarin voorwaarden gesteld worden aan de besteding van de beschikbaar gestelde middelen. Dat betekent dat we, binnen het door de raad vastgestelde beleid, eisen stellen aan de te bereiken doelen, de kwaliteit en de deugdelijkheid van het bestuur van de organisatie. Dat levert in de praktijk flinke discussies op als een nieuwe organisatie een beroep ons doet met een sympathiek product, zoals het MuZieum, heet museum over zien en iet zien in Nijmegen.

Dit najaar ga ik voor vijf culturele instellingen nieuwe afspraken maken over de subsidie voor de komende jaren. Dat wordt een flinke klus omdat het niet de bedoeling is eenzijdig te bepalen wat de voorwaarden zullen zijn. Er zal de komende maanden veel met alle instellingen worden overlegd. Naast de budgetovereenkomst met de grote instellingen komen er ook tussendoor vragen binnen om financiële steun van de gemeente. Ik heb de afgelopen weken gemerkt dat er aan (bijna) elk initiatief dat om steun vraagt wel een mooi verhaal zit. Het biedt mensen een zinvollen vrije tijdsbesteding, het heeft educatieve waarde, het trekt mensen naar de stad of het is zo’n leuk initiatief van betrokken mensen. Dan is het zaak om een afweging te maken tussen emotie en objectiviteit.

Het eerste criterium waaraan ik elk verzoek om ondersteuning met overheidsgeld toets is of het binnen ons beleid past. De raad heeft immers niet voor niets, na zorgvuldige afweging, besloten dat de publieke gelden besteed moeten worden aan helder omschreven doelen. Dat is het beleid. Het tweede criterium is de effectiviteit van een eventuele bijdrage. Terecht kijken we kritisch naar de manier waarop de gesubsidieerde instellingen de ontvangen middelen besteden, of er niet te veel aan overhead wordt besteed en of de vooraf gestelde doelen zijn bereikt. Als er dus besloten moet worden over een aanvraag, stel ik mij meteen ook de vraag of de investering het beoogde doel, met enige mate van zekerheid, kan bereiken.

Voor een antwoord op beide criteria kijken we kritisch naar de organisatie, de ervaringen uit het verleden, de financiële basis en het toekomstperspectief. Alleen als op beide vragen een positief antwoord gegeven kan worden kan een besluit tot subsidie aan de raad worden voorgelegd. Binnen die afweging is er in de besluitvorming geen ruimte voor emotie. Dan zal het dus voorkomen dat verzoeken om subsidie worden afgewezen, hoe sympathiek het verzoek misschien ook is. Vanuit dit perspectief heb ik de raad gisteravond geantwoord, toen we het opnieuw over het MuZieum hadden. Hoe sympathiek de rondleiding in het donker, die ik zelf heb mogen meemaken, ook is.