Playing for success

Tegen zes uur rijd ik op zaterdagavond richting het stadion van NEC. Hoewel NEC vanavond thuis tegen Willem II speelt, is dat niet het doel. In de persruimte wordt vanavond een overeenkomst getekend door de schoolbesturen voor primair en voortgezet onderwijs en NEC. Ze gaan het project ‘Playing for succes’ uitvoeren.

Dit concept dat is overgewaaid uit Engeland richt zich op kinderen in de leeftijd van 8 tot 14 jaar die op school minder presteren dan ze zouden kunnen. Gedurende 10 weken krijgen ze een keer per week 2,5 uur begeleiding in het stadion van NEC. Ze krijgen in groepjes van maximaal 15 kinderen huiswerkbegeleiding maar maken ook kennis met de profs van NEC. Het voetbalstadion, de sport en de professionele omgeving hebben een positieve invloed op de prestaties van de leerlingen. Het project pas ook mooi in een groot aantal activiteiten die NEC doet voor en met de stad onder het motto, ‘Wij staan voor de wijk’.

In het stadion is het al een drukte van belang. Op de bar staat een schaal broodjes. Overal supporters begeleiders, televisie-camera’s. Het eerste publiek zoekt ook al een plekje op de tribune. In de persruimte ontmoet ik de vertegenwoordigers van de schoolbesturen, NEC-directeur Jacco Swart, en de begeleiders van de leerlingen.

Voor de perstafel staat een groot bord waarop alle betrokkenen hun handtekening zetten. Naast NEC en de schoolbesturen zijn dat ook de Hogeschool Arnhem Nijmegen, ROC Nijmegen en de stichting Wij staan voor de wijk. Ook de gemeente draagt Playing for succes een warm hart toe. Alle aanwezigen zijn het erover eens dat het goed is dat dit veelbelovende concept ook bij andere profclubs in Nederland wordt opgezet. De komende drie jaar zullen veel jongeren inspiratie uit deze omgeving halen en ook meer uit zichzelf.

Er worden foto’s gemaakt en de camera van Nijmegen 1 legt alles vast. De broodjes staan onaangeroerd op de bar. Voor iedereen die voor de wedstrijd blijft, is er een diner boven in het stadion. Ik neem afscheid om thuis te gaan eten en een afspraak gestand te doen die al weken geleden gemaakt werd. Dat gaat nu voor. Al had ik natuurlijk NEC wel met 3-1 willen zien winnnen.

Sneeuw

Nederland was afgelopen week in de ban van de sneeuw. Treinen hebben het moeilijk, maar ook het autoverkeer liep vast. Niet alleen in Nijmegen overigens, maar dat is een schrale troost voor een wethouder mobiliteit. Op maandag zat de hele stad dicht en op donderdag, wederom een flinke sneeuwdag, gebeurde het opnieuw.

Vanuit mijn raam zie ik de sneeuwvlokken op donderdagmiddag neerdwarrelen op de binnenplaats van het stadhuis. Het ziet er niet heftig uit, zo in de beschutting van de eeuwenoude muren. Om twee uur ‘s middags stap ik met collega-wethouder Hannie Kunst in de auto, op weg naar Arnhem. We gaan de Beijenscollectie, een collectie Indische kunstvoorwerpen, officieel overdragen aan Museum Bronbeek.

We hebben een uur reistijd geboekt. Dat is normaal gesproken meer dan voldoende, maar op de Waalbrug staan we al stil. Langzaam schuiven we in de richting van Lent. Na het stoplicht bij de Laauwikstraat stroomt het redelijk vlot door. In mijn hoofd maak ik een aantekening eens naar de afstelling van de verkeerslichten staduitwaarts te laten kijken. Kunnen die niet wat langer groen blijven? Een half uur te laat komen we in Bronbeek aan, dat er inmiddels prachtig bij ligt onder een mooie witte deken. In het statige landhuis volgen toespraken, gamelanmuziek en versnaperingen elkaar op. De prachtige collectie Indische kunstvoorwerpen van de gemeente krijgt een nieuw thuis.

Hier kunnen de bijna 2500 objecten bestudeerd en getoond worden. Na het ondertekenen van de notariële actie is de overdracht officieel en vertrekken Hannie en ik rond vijf uur weer richting Nijmegen. Het sneeuwt nog steeds. Ter hoogte van Presikhaaf schuiven we aan in de file op weg naar de Pleijroute. We doen een half uur over ongeveer een kilometer. We maken er het beste van, en nemen ondertussen allerlei dossiers door. De tijd wordt nuttig besteed, maar we hadden de bedoeling toch uiterlijk half zeven in Brakkenstein te zijn voor de maandelijkse bijeenkomst van het Stedelijk Netwerk Nijmegen. Redelijk vlot bereiken we de afslag A15 op de A325, maar dan staat het vast. Sneeuw en koopavond (Sinterklaas) zijn een slechte combinatie, zo blijkt.

Onderweg krijg ik regelmatig sms-jes van mijn bereikbaarheidscoördinator en van de politie, zodat ik goed op de hoogte ben van wat er in en om Nijmegen gebeurt. Zo blijkt er rond 17.00 een aanrijding op de Waalbrug bij Lent te zijn, die de politie binnen een kwartier oplost. Op de St. Annastraat wordt een verkeerslicht geramd. Verder blijken automobilisten vaak de kruisingen niet vrij te houden, waardoor kruisend verkeer geen kant op kan. De lussen in het wegdek die de verkeerslichten van informatie voorzien, blijven voortdurend bezet, waardoor verkeerde informatie wordt doorgegeven.

De sms-jes geven ons inzicht in de situatie in en om de stad, en het maakt het een beetje makkelijker om ons neer te leggen bij het feit dat we amper vooruit komen. Na de Waalbrug stroomt het weer lekker door en we sluiten rond 20.00 uur aan bij het Stedelijk Netwerk.

Op vrijdag staat de krant natuurlijk vol met de ergernissen die iedereen in het hele land heeft ervaren. En natuurlijk ontvang ik de nodige mailtjes en tweets met goedbedoelde adviezen. De Waalkade openstellen, verkeersregelaars op de kruisingen zodat die vrij blijven, de verkeerslichten bij Lent anders afstellen. Alles komt voorbij.

Dat laatste blijkt meteen te regelen. De andere punten nemen we mee in de evaluatie van deze barre dag. We zullen al onze al onze creativiteit moeten aanwenden om de doorstroming in dit soort situaties beter te maken. Een belangrijk punt op dat vlak is m.i. de verbetering van de informatievoorziening aan reizigers, bijvoorbeeld via twitter en sms-diensten.

En verder is het met smart wachten tot de Oversteek, onze nieuwe stadsbrug, in 2013 klaar is. Tot het zover is blijven de Waalbrug en de singels de enige route binnen de stad naar het noorden, en die kunnen gewoon niet meer verkeer aan. Het is een gegeven waar ik maar met moeite genoegen mee kan nemen.

Lean and Green

Ons coalitieakkoord heet ‘Werken aan een duurzame toekomst’. Dat 
klinkt mooi maar vraagt natuurlijk ook om actie. Onze stadsbussen rijden
op aardgas, het wagenpark van de gemeente rijdt ook en er
 zijn subsidieregelingen voor groene daken en voor zonnepanelen. Maar 
is dat wel genoeg om echt aan een duurzame stad te werken? Ons doel is 
immers ook om in 2032 een klimaatneutrale stad te zijn. Hoewel dat 
nog ver weg lijkt, is het een enorme opgave om dat voor elkaar te
krijgen. 

Op donderdag 11 november mocht ik in Rosmalen, in het Autotron, de ‘Lean
 and Green Award 2010’ in ontvangst nemen.

Lean & Green is een
stimuleringsprogramma. Bedrijven passen hun werkwijze aan, gebruiken minder energie en besparen op de kosten.  De gemeente Nijmegen is de eerste gemeente die deze prijs krijgt. En ik mag namens de gemeente de prijs in ontvangst nemen, omdat het een prijs is die zich vooral richt op duurzame mobiliteit.

Op de parkeerplaats lopen we langs een rij trucks en
bestelauto’s. In de congreshal overal standjes van bedrijven die laten 
zien hoe ze CO2reductie realiseren. Het zijn allemaal bedrijven in de
logistiek. Transportbedrijven en niet de kleinste. Langzaam dringt het
tot me door dat deze prijs in korte tijd prestigieus geworden is.
Grote transportbedrijven presenteren zich hier en vertellen trots hoe
ze met soms verrassend kleine aanpassingen in hun manier van werken,
duizenden liters brandstof (en dus CO2) besparen.

De ambtenaren die mij begeleiden, leggen me geduldig uit wat we als
gemeente allemaal gedaan hebben om tot CO2reductie te komen. Door 
afspraken te maken met bedrijven in de stad. Door te werken aan 
stadsdistributie zodat ladingen voor winkels in het centrum beter 
gebundeld worden. Ook het verbeteren van de doorstroming van het 
verkeer draagt bij aan de CO2reductie. Om de prijs te winnen hebben de ambtenaren moeten bewijzen dat we die reductie ook echt
gerealiseerd hebben. Het resultaat is indrukwekkend, gemiddeld zo’n
10% reductie in de afgelopen twee jaar. Dit laat onverlet dat we natuurlijk nog een lange
weg hebben te gaan.

Ik mag als eerste het podium op. Nijmegen is de eerste gemeente van Nederland die
de award krijgt. Een paar honderd vertegenwoordigers van bedrijven zitten in
de zaal. Samen vertegenwoordigen ze 44 bedrijven die duurzame logistiek
hoog in hun vaandel hebben.

In de gesprekken bij de koffie praten we
over generatoren op waterstof. Bij de popconcerten in de Goffert en 
tijdens de Vierdaagse staan er in Nijmegen veel diesel generatoren te 
ronken. Ik zal binnen het college van burgemeester en wethouders maar eens de vraag voorleggen of het niet een idee is om met deze organisaties te gaan praten of we daar 
niet iets aan kunnen doen.

Grensgevallen

In de de stapel stukken die ik, na een werkbezoek aan het Waterkwartier, nog moet doorploegen, ontdek ik een  tekst in het Duits. Het is mijn welkomsttoespraak voor een bijeenkomst woensdagmiddag in de raadszaal. Stadsregio Arnhem Nijmegen en de gemeenten Kleve, Kranenburg en Emmerich hebben enkele jaren geleden opdracht gegeven een document op te stellen over samenwerking over de Nederlands Duitse grens heen. Onder mijn toespraak vind ik het rapport. Rot8. Geen idee waar het voorstaat maar het bevat een schat aan informatie over grensoverschrijdende verbindingen.

Zoals zo vaak in dit soort rapporten blijkt onze regio precies tussen twee grote industriegebieden te liggen; de Randstad en het Ruhrgebied. Alle kaartjes in het rapport bewijzen het. Het rapport laat zien dat de regio Arnhem Nijmegen niet ophoudt bij de grens, al doen veel kaarten in Nederlandse rapporten anders vermoeden. Bij de grens lijkt de wereld in eens op te houden. Een zelfde beeldzie je overigens ook in veel Duitse rapporten. Rot8 laat zien dat als je de kaart van Duitsland en van Nederland in de grensstreek laat doorlopen, er talloze verbindingen zijn ontstaan. Veel Nederlanders kopen in Kranenburg een huis omdat het de helft kost van eenzelfde huis in Nederland. 30% van de kinderen op de basisschool in Kranenburg heeft de Nederlandse nationaliteit. Duitse studenten halen hun diploma aan de HAN en een nieuwe Hochschule in Kleve probeert Nederlandse studenten te trekken.

Winkelen doen veel Nederlanders in Kleve en omgekeerd vinden steeds meer Duitsers de winkels in NIjmegen. En ook vinden steeds meer Duitsers werk in Nederland, in de Stadsregio Arnhem Nijmegen. Kortom, een mooi onderwerp om eens een middag mee bezig te zijn. De raadszaal vult zich met zo’n 100 bestuurders, politici en een paar ondernemers om van de onderzoekers en de betrokkenen te horen hoe met de bevindingen van het rapport verdere samenwerking gerealiseerd kan worden.

Ik mag het spits afbijten. Vier pagina’s Duitse tekst om uit te spreken. Gelukkig ben ik een Achterhoeker en keken we als kind even vaak naar de Duitse televisie (Hier und Heute, Abenteuer unter wasser enz.) en is mijn Duits voldoende. De Duitse gasten zijn onder de indruk van onze raadszaal. Het komt hen voor als een parlement op nationaal of Europees niveau. Die kunnen we in onze zak steken.

Na mijn welkomstwoord mag ik, als voormalig beroeps dagvoorzitter en interviewer, een geprek voeren met Frank Stoteler (faculteitsdirecteur HAN) en Frau prof. dr. ML. Klotz (prasidentin van de Hochschule RheinWaal in Kleve. Een mooi tweetalig gesprek over samenwerking tussen de beide hogescholen. Er spreekt enthousiasme uit en optimisme over de ontwikkeling van beide onderwijsinstellingen. Dat doet mij goed als wethouder van onderwijs.

 De discussie is open, en alom zoekt men naar mogelijkheden om de samenwerking, zoals in het rapport beschreven, verder op te pakken. Deze middag lijkt de grens niet te bestaan.

Gedicht op een T-shirt

Elke maandag zit helemaal dichtgetimmerd met portefeuille-overleggen (‘PO’s’, zoals het in het stadhuisjargon heet) over mijn portefeuille’s Mobiliteit, Cultuur en Onderwijs. Deze maandag (4 oktober) is wat dat betreft niet anders. Maar om 13.00 uur heb ik een mooie onderbreking.

In de hal van Voorzieningenhart De Klif in Oosterhout wordt dan namelijk het laatste gedicht van onze afscheid nemende Stadsdichter Jaap Robben onthuld. Voor 217 leerlingen uit groep 7 en 8 van basisscholen De Oversteek en De Geldershof, en de brugklassers van het Citadel College schreef Jaap een gedicht met precies 217 tekens. Elke letter van het gedicht is op een t-shirt gedrukt. Door middel van workshops hebben alle leerlingen zelf een gedicht geschreven bij hun letter. Dit gedicht staat ook op de achterkant van het t-shirt. Een fotografe legde vervolgens alle leerlingen vast met hún letter op een t-shirt en hún gedicht. De foto’s vormen een tentoonstelling die vandaag wordt geopend, samen met de gedichten die als een waslijn aan de balustrade van de hal in De Klif zijn bevestigd.

Trots lopen de leerlingen deze middag langs de foto’s, en wijzen op de shirts die ze gemaakt hebben. Ik mag de leerlingen toespreken. Geen publiek om nou eens diepgaand de waarde van poëzie te bespreken. Gelukkig ben ik onderwijzer geweest en lukt het om de aandacht te krijgen en lang genoeg vast te houden.

Gedichten schrijven is niet makkelijk omdat je heel precies moet weten wat je wilt zeggen. Daar moet je dan ook nog de juiste woorden voor vinden. Een gedicht schrijven helpt daarom om goed naar je omgeving te kijken. Je moet vooral nadenken over wat je van je omgeving vindt en dat dan in woorden vatten. De leerlingen lijken het met me eens, zeker als ik de hoop uitspreek dat een van hen in de toekomst een keer Stadsdichter zal worden.

Drie leerlingen lezen hun gedicht voor. Een beetje schuchter maar met overtuiging lezen ze hun werk voor en krijgen er een gul applaus voor. Mooi om te zien hoe die bijna-pubers zo met taal en hun gevoelens bezig zijn geweest. Jaap Robben leest ook zijn gedicht nog eens voor en neemt daarmee afscheid als Stadsdichter. Toeval zegt hij, maar het is wel een mooi moment omdat hij zich bij zijn aantreden tot doel had gesteld zijn gedichten vooral onder de mensen te brengen.

Vandaag is hem dat prima gelukt. Samen met Lux heeft hij er een geslaagd project van gemaakt. Rond twee uur rijd ik terug naar het stadhuis voor een reeks volgende vergaderingen. Ondertussen realiseer ik me dat wat we in die vele vergaderingen beslissen kunnen leiden tot mooie resultaten. Het Stadsdichterproject en de happening in De Klif vanmiddag zijn er een goed voorbeeld van.

Het gedicht Jaap Robben:

Vanaf een overkant kun je het beste naar jezelf kijken.

Je herkent de dingen, wijst ze met je vinger aan.

Een trein, het strand, bomen en je school.

Misschien het puntje van je huis.

Maar je voelt dat er iets mist in het geheel.

Iemand,

op jouw fiets bijvoorbeeld,

met jouw naam.