Deze week discussieert de kamer weer over de vraag of schoolboeken gratis moeten worden en vooral hoe dat dan in de praktijk moet worden gerealiseerd. Vanmiddag zal ik Bram Peper in Buitenhof, als voorzitter van de schoolboeken leveranciers. Hij hekelde de bureaucratie die rond het gratis ter beschikking stellen van boeken ontstaat. Terecht denk ik. De scholen die voor meer dan twee ton aan boeken bestellen moeten dit Europees aanbesteden. Onzin natuurlijk, want het zijn Nederlandstalige boeken en de schoolboekenmarkt is in Nederland niet interessant genoeg (want te klein) voor buitenlandse uitgevers. Hij pleitte voor een belastingmaatregel waarbij de ouders de vergoeding voor de boeken krijgen en daarmee de school of de uitgever/distributeur betaalt voor het boekenpakket. Slimme oplossing. Geen gedoe met aanbesteden, ouders bestellen zelf en betalen zelf en daarmee blijven ze zich ook nog bewust (en hopelijk hun kinderen ook) van de kosten van schoolboeken.
Gratis bestaat niet. Iemand moet het betalen. Als u op straat een blikje fris krijgt aangereikt om te proeven en u daarvoor niet betaalt is het voor u gratis, maar de fabrikant betaalt het blikje. Zo is het met diensten van de overheid ook. Die schoolboeken kosten de schatkist dit jaar zo’n 200 miljoen euro. Daar betaalt iedere Nederlander (of hij nou schoolgaande kinderen heeft of niet) aan mee via de belastingen. Die ‘gratis’ schoolboeken worden verkocht als een bijdrage aan de verbetering van het onderwijs, maar in feite is het inkomenspolitiek. De coalitiepartijen moesten met name iets bedenken voor de middeninkomens met schoolgaande kinderen. CDA en Christenunie blij want gezinnen worden bediend en de PvdA blij omdat er gericht inkomenspolitiek kan worden bedreven.
Wat mij betreft is het een domme maatregel. Niet alleen draagt die ruim 200 miljoen op geen enkele manier bij aan de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs, het heeft ook nog een negatief effect op de tijd die scholen kunnen besteden aan het onderwijs. Talloze uren van besturen en leraren gaan zitten in het aanbesteden van de boekenaankoop. Daarnaast zullen we elk jaar opnieuw in de Kamer discussies zien die proberen het bedrag per leerling naar boven of beneden bij te stellen. Inkomenspolitiek via de begroting van de minister van Onderwijs. Zou het niet veel beter zijn geweest als die 200 miljoen gewoon was besteed aan bijvoorbeeld het verbeteren van de opleidingen voor leraren, aan salarisverbetering van jonge leerkrachten of aan de huisvesting van scholen. Dan kan het debat over de begroting van onderwijs ook gaan over onderwijs en schieten de scholen er ook nog iets mee op.
