21 minuten

De afgelopen maanden kon iedereen meedoen aan het onderzoek ‘21 minuten’. Meer dan 100.000 mensen deden dat, dus we kunnen gerust zeggen dat de uitslag representatief is. Je zou verwachten dat het kabinet, na de 100-dagen-tour de uitslag van deze representatieve meningspeiling serieus zou nemen. Niets is minder waar. 

Vrijdagavond 5 oktober zat onze minister van Binnenlandse Zaken, Guusje Ter Horst, aan tafel bij Nova Politiek. Namens het kabinet zo zei ze een paar keer en niet namens haar partij de PvdA. Ze ging over de uitslag in debat met Alexander Pechtold (ook een periode minister van Binnenlandse Zaken) en CDA-er Jan Schinkelshoek (Tweede Kamerlid).

Uit het onderzoek blijkt dat de Nederlander voor een correctief referendum is, voor een gekozen burgemeester  en tegen het kiezen van de burgemeestervia de gemeenteraad (90% vindt dat zelfs). De burger wil directe invloed. Het gebrek aan vertrouwen in de landelijke politiek gaat zelfs zo ver dat men vindt dat de Tweede Kamer beoordeeld moet worden op haar functioneren door een onafhankelijk instituut. Onze minister van Binnenlandse Zaken constateert echter  zonder blikken of blozen dat ‘we’ (en ze zal het kabinet wel bedoelen) tegen directe democratie zijn. We moeten de mensen op alle niveaus wel betrekken, maar de beslissingen moeten genomen worden door mensen die we eens in de vier jaar kiezen. Zie hier de arrogantie van de macht en de kloof tussen kiezer een gekozene. Beter kan het niet geïllustreerd worden. 

Schinkelshoek maakt het ook bont. Hij verwijt Pechtold dat zijn pleidooi voor democratische vernieuwing gerommel is en alleen symptoombestrijding is. Het gaat om het serieus nemen van de burger, naar hem luisteren en degelijke politiek voeren. Een verhaal dat al sinds de opkomst van Fortuyn al wordt genoemd als medicijn maar dat blijkbaar niet heeft gewerkt. Het heeft de kloof niet gedicht. Hoe zou dat toch komen? Vervolgens herinnert Pechtold Schinkelshoek er aan dat hij toch degene was die er voor pleitte dat de kamer een kat in dienst zou nemen om de muizen te bestrijden. Hoe serieus kun je worden. 

De discussie werd extra interessant toen het ging over het referendum voor de nieuwe burgemeester van Utrecht. Men kan in die stad op 9 oktober kiezen uit twee  PvdA-ers. De uitslag staat dus al vast. Het wordt een partijgenoot, en de minister schonk ons een gulle lacht. Maar we zullen zien dat het mislukken van het referendum in Utrecht breed uitgemeten zal worden als voorbeeld waarom een referendum voor een burgemeester niet moet. Dat de keuze die voorgelegd wordt een farce is wordt er niet bijgezegd en dat de kiezer dat haarfijn aanvoelt al helemaal niet. Want dan zouden we de kiezer serieus moeten nemen, en dat tast de macht van de grote partijen aan zei Pechtold terecht. 

Dat we in Nederland uitstekende burgemeesters hebben (Leers, Cohen, Opstelten en nog veel anderen) is geen enkel bewijs tegen een gekozen burgemeester. Maar als je de kiezer niet serieus neemt en ze niet echt wat te kiezen geeft kun je het inderdaad beter niet doen. Pechtold was het daar mee eens. Want dan gebeuren er twee dingen. De kiezer doorziet dat het een farce is en komt niet opdagen en ten tweede wordt de kloof met de Haagse politiek groter.