De koningin en Geert Wilders

“De geschiedenis heeft ons geleerd dat tolerantie een basis biedt om spanningen te boven te komen en conflicten te overwinnen. Díe kostbare verworvenheid maakt deel uit van ons culturele erfgoed en blijft een bron van kracht”, zei Beatrix. Maar dat erfgoed staat onder druk, zo stelde de koningin vast: “Vandaag zien we een neiging tegenstellingen juist te verscherpen. Grofheid in woord en daad tast de verdraagzaamheid aan.” (Kersttoespraak Koningin Beatrix, 2007)

Ik stel me voor hoe Geert voor de buis zit en hoopt op een toespraak van de koningin die de Nederlandse waarden onderstrepen en focust op de Nederlandse identiteit. De koningin, ons koningshuis moet voor Wilders toch een van de symbolen, de kenmerken, van de Nederlandse identiteit zijn. Maar het gebeurt niet. Geert trekt wit weg, zijn gezicht witter dan zijn haar. Wat zegt ze daar? Tegenstellingen verscherpen? Hij? Hij biedt toch oplossingen. Burka’s verbieden, de koran verbieden, geen moskee er meer bij en alle moslims aan de spruiten en de boerenkool. Maar tegelijkertijd ziet Geert een nieuwe kans om de publiciteit te halen. De koningin moet uit de regering (‘als een haas’) en ze mag in het vervolg alleen nog maar lintjes doorknippen. Wel een brief natuurlijk aan Balkenende, en tegelijkertijd ook maar aan alle media gemaild, en de eerste score voor 2008 is binnen. Er komt een debat. Weer een debat over een incident dat Wilders zelf veroorzaakt. 

Ieder die de woorden van de koningin hoort zal moeten toegeven dat het een toon is die past bij wat we al jaren van haar horen. Respect, tolerantie, geen verkettering en op zoek naar de beste manier om verschillende belangen met elkaar te verzoenen. Het past perfect bij de kerstgedachte. Dat Geert Wilders zich aangevallen voelt is een typisch geval van ‘wie de schoen past …’  En dat is meteen het mooie aan deze actie van Wilders. Eigenlijk geeft hij hiermee toe dat hij provoceert, tegenstellingen aanscherpt, niet uit is op verzoening. Ik vraag me af hoe lang het duurt voor zijn achterban genoeg van hem heeft. Nu valt hij de koningin aan, iemand die, naar ik vermoed, in zijn achterban met respect bekeken wordt.  

De ChristenUnie en homo’s

Even moest ik de afgelopen week weer denken aan een bezoek dat ik bracht aan de EO jongerendag als voorzitter van COC Nederland. De ChristenUnie worstelt met de vraag of homo’s wel een politieke (of vertegenwoordigende) functie in de partij mogen hebben. Toen ik op de EO jongerendag was heb ik de hele dag met mensen alleen maar gesproken over de vraag of homo’s er eigenlijk wel mochten zijn.

Natuurlijk, iedereen weet dat het bestaat, maar zo gauw je er mee voor de draad komt, dan wordt alles anders. Zo is het ook met de CU. Natuurlijk weet iedereen in die partij welke dames en heren homoseksueel of lesbisch zijn. Maar zolang ze niks zeggen of niks laten merken, is het allemaal geen probleem. Dat snap ik wel. Als niemand niets zegt, hoef je ook niet te zeggen dat je er tegen bent omdat het in de bijbel staat, terwijl je de betreffende meneer of mevrouw persoonlijk heel aardig vindt. 

Nou lees ik vandaag in de NRC dat het bestuur van de CU, naar goed Hollands gebruik, een commissie van wijze mannen (daar zitten bij de CU vast geen vrouwen in) heeft benoemd die een advies moet geven. In die commissie, en daar komt ie, zit ook een vertegenwoordiger van Contrario. De Christelijke groep van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen. Op die EO jongerendag heb ik geprobeerd een gesprek met hen te voeren. Daar komt niks van. De enige boodschap is, je bent het we en zolang je er niets mee doet, mag je blijven. En om er voor te zorgen dat je niets met je gevoelens gaat doen, wil Contrario je wel helpen. Toch een vorm van therapie denk ik dan, al zullen ze dat zelf ontkennen. 

Ik ben benieuwd of de CU principieel kan blijven onder de druk van de achterban, die toch al vindt dat de partij in het kabinet te weinig het christelijke geluid laat horen. We moeten wachten tot het voorjaar van 2008 vrees ik.

21 minuten

De afgelopen maanden kon iedereen meedoen aan het onderzoek ‘21 minuten’. Meer dan 100.000 mensen deden dat, dus we kunnen gerust zeggen dat de uitslag representatief is. Je zou verwachten dat het kabinet, na de 100-dagen-tour de uitslag van deze representatieve meningspeiling serieus zou nemen. Niets is minder waar. 

Vrijdagavond 5 oktober zat onze minister van Binnenlandse Zaken, Guusje Ter Horst, aan tafel bij Nova Politiek. Namens het kabinet zo zei ze een paar keer en niet namens haar partij de PvdA. Ze ging over de uitslag in debat met Alexander Pechtold (ook een periode minister van Binnenlandse Zaken) en CDA-er Jan Schinkelshoek (Tweede Kamerlid).

Uit het onderzoek blijkt dat de Nederlander voor een correctief referendum is, voor een gekozen burgemeester  en tegen het kiezen van de burgemeestervia de gemeenteraad (90% vindt dat zelfs). De burger wil directe invloed. Het gebrek aan vertrouwen in de landelijke politiek gaat zelfs zo ver dat men vindt dat de Tweede Kamer beoordeeld moet worden op haar functioneren door een onafhankelijk instituut. Onze minister van Binnenlandse Zaken constateert echter  zonder blikken of blozen dat ‘we’ (en ze zal het kabinet wel bedoelen) tegen directe democratie zijn. We moeten de mensen op alle niveaus wel betrekken, maar de beslissingen moeten genomen worden door mensen die we eens in de vier jaar kiezen. Zie hier de arrogantie van de macht en de kloof tussen kiezer een gekozene. Beter kan het niet geïllustreerd worden. 

Schinkelshoek maakt het ook bont. Hij verwijt Pechtold dat zijn pleidooi voor democratische vernieuwing gerommel is en alleen symptoombestrijding is. Het gaat om het serieus nemen van de burger, naar hem luisteren en degelijke politiek voeren. Een verhaal dat al sinds de opkomst van Fortuyn al wordt genoemd als medicijn maar dat blijkbaar niet heeft gewerkt. Het heeft de kloof niet gedicht. Hoe zou dat toch komen? Vervolgens herinnert Pechtold Schinkelshoek er aan dat hij toch degene was die er voor pleitte dat de kamer een kat in dienst zou nemen om de muizen te bestrijden. Hoe serieus kun je worden. 

De discussie werd extra interessant toen het ging over het referendum voor de nieuwe burgemeester van Utrecht. Men kan in die stad op 9 oktober kiezen uit twee  PvdA-ers. De uitslag staat dus al vast. Het wordt een partijgenoot, en de minister schonk ons een gulle lacht. Maar we zullen zien dat het mislukken van het referendum in Utrecht breed uitgemeten zal worden als voorbeeld waarom een referendum voor een burgemeester niet moet. Dat de keuze die voorgelegd wordt een farce is wordt er niet bijgezegd en dat de kiezer dat haarfijn aanvoelt al helemaal niet. Want dan zouden we de kiezer serieus moeten nemen, en dat tast de macht van de grote partijen aan zei Pechtold terecht. 

Dat we in Nederland uitstekende burgemeesters hebben (Leers, Cohen, Opstelten en nog veel anderen) is geen enkel bewijs tegen een gekozen burgemeester. Maar als je de kiezer niet serieus neemt en ze niet echt wat te kiezen geeft kun je het inderdaad beter niet doen. Pechtold was het daar mee eens. Want dan gebeuren er twee dingen. De kiezer doorziet dat het een farce is en komt niet opdagen en ten tweede wordt de kloof met de Haagse politiek groter. 

65plus, gratis met de bus.

Met deze slogan wil wethouder Jan van der Meer (GroenLinks) ouderen motiveren meer met de bus te gaan. Hij start een experliment deze zomer om 65-plussers tussen 9 en vijf gratis van het openbaar vervoer in Nijmegen gebruik te laten maken. In een artikel in de Gelderlanders roept hij dat hij hoopt dat nu veel ouderen met de bus naar hun kinderen en kleinkinderen gaan of de winkels in de stad bezoeken. 

Op het eerste gezicht een sympathiek idee, en daarom zal Jantje plannetje, zoals als zijn bijnaam in de Nijmeegse politiek al jaren luidt, ook wel bedoeld zijn. Toch zit er een eenzijdig en verouderd beeld van de werkelijkheid achter dit initiatief. Op de eerste plaats is het een maatregel die voor een hele groep geldt, alsof alle leden van die groep in dezelfde situatie verkeren. Ik weet natuurlijk wel dat je als overheid slecht maatregelen kunt treffen die aansluiten bij de individuele behoeften van mensen. Maar hier plaatst de wethouder alle 65-plussers in de positie van mensen die alleen met de bus het huis uit komen en daarbij ook nog financieel ondersteund moeten worden. De vooronderstelling is kennelijk dat ouderen geen geld hebben om de bus te betalten. 

De wethouder vergeet dat zijn maatregel zijn doel voorbij schiet, en niet zo’n klein beetje ook. Veel mensen die nu de pensioengerechtigde leeftij bereiken, hebben een volledig pensioen opgebouwd. Behoeftig zijn die mensen niet. Veel van de 65 plussers rijden in een eigen auto. Mijn eigen moeder van 86 rijdt nog wekelijks enkele kilometers om met haar vriendinnen te gaan kaarten. 

Wie ouder wordt en behoeftig wil of kan niet meer met de bus. Moeilijk in en uitstappen, ongemakkelijke stoelen, en dus is de bus voor die groep helemaal geen aantrekklijk vervoersmiddel. Geen wonder dat de buurt of regiotaxi’s zo populair zijn. 

Kortom, een domme, eenzijdige en kortzichtige maatregel die alleen voor de eigen achterban bedacht is maar in de praktijk maar een heel klein groepje mensen bereikt waarvan het grootste deel dat busreisje gemakkelijk zelf kan en wil betalen. Niet doen dus. En laten we ook eindelijk eens duidelijkk maken dat zoiets als ‘gratis openbaar vervoer’ niet bestaat. Iemand moet betalen voor de salarissen voor de chauffeurs, de nieuwe bussen, de bushaltes et cetera. En dat zijn we allemaal. Linksom of rechtsom, de burger moet altijd betalen voor voorzieningen die men gebruikt. En dat is prima, maar dan moet het wel zichtbaar zijn. Iets waarvoor je moet betalen heeft meer waarde.

Klaar voor de klim

Het is grappig om dezer dagen de berichten over D66 te lezen in de verschillende kranten. NRC had vrijdag, voor het congres van afgelopen zaterdag in Rotterdam, een redelijk positief verhaal, waarin vooral de behoefte aan een vrijzinnig liberaal geluid naar voren kwam. De toon is redelijk positief en naar mijn smaak ook beschouwend. Vanavond kreeg ik een voorbeschouwing in de Volkskrant onder ogen. Wat een zuur geluid weet men daar weer te produceren. Elke zin die door een van de prominente D66 wordt uitgesproken wordt zo in het stuk gezet dat er meteen iets doorklinkt van moedeloosheid, achterhoede gevecht of pessimisme. Of op zijn minst misplaatst optimisme. 

Ik was zaterdag in Rotterdam en heb weinig gemerkt van een bedrukte of negatieve sfeer. Kritische discussies waren er wel en vooral een partij die bezig is de koers die in het verkiezingsprogramma is vastgelegd verder uit te bouwen. Een inspirerend verhaal van Pechtold en ook de nieuwe voorzitter Ingrid van Engelshoven trof, wat mij betreft, de juiste toon. We moeten de komende jaren veel energie steken in het opleiden van nieuw kader en het winnen van leden. Een permanente campagne overal in het land om te laten zien dat D66 de enig partij is die echt vrijzinnig is, sociaal en liberaal en de beste ideeën heeft voor de toekomst. 

Voorlopig is er een conservatief christelijk kabinet dat met een beetje geluk de bodem rijp maakt voor een flinke groei van de echte progressieve krachten in Nederland.