Peilingen

Het is de tijd van de peilingen. Iedereen wil weten hoe hij er voorstaat, of in ieder geval een idee hoe de hazen lijken te lopen. De SP staat al jaren hoog in de peilingen maar verliest dan bij de verkiezingen. RTL peilde de SP zelfs op 23 zetels. Voor D66 was het de slechtste peiling ooit. Nul zetels. Ik heb er, echt waar, slecht van geslapen. Je kunt dan wel niet in peilingen geloven, maar als je partij er zo voorstaat, gaan de alarmbellen rinkelen. 

Van een vriend kreeg ik een sms-je met de verzuchting. Stemt dan niemand meer voor de inhoud van een partij en wil men alleen op een winnaar stemmen. Daar lijkt het wel op. We hebben, ik schreef het hier al eerder, een prachtig programma. Ik kan iedereen aanraden het eens te lezen. Al was het alleen maar om te weten waar D66 voor staat. 

Vertrouwen in de lijsttrekker en de mensen op de lijst lijkt toch doorslaggevend te gaan worden. Te veel mensen willen ons een lesje leren, maar of ze ons ook uit de kamer willen. Ik hoop van niet. Hoe klein we ook worden, opgeven doen we niet. Alexander zei het op de radio zo: ‘Het houdt pas op als we onder de nul staan’. 

Tja, en wat gebeurt er dan in de afdelingen. We hebben in Nijmegen gewoon twee zetels in de Raad. Hoe gaan de verkiezingen voor de Provinciale staten verlopen? Hoe hou ik de moed er in bij de afdeling? Ik weet het niet maar het is niet gemakkelijk de ‘troepen’ te mobiliseren voor de campagne. En toch moet dat. Met heel hard werken verdubbelden we ons zeteltal in Nijmegen. We moeten ook landelijk keihard werken. 

Ik hoop dat iedereen die ooit eens vol overtuiging op D66 stemde, het huidige verkiezingsprogramma leest. Dan zal hij constateren dat we onze wortels niet kwijt zijn. Stem voor een vrijzinnig, of een eigenzinnig, liberaal geluid in de kamer. We kunnen toch niet zonder D66 in de Tweede Kamer/

Vrijzinnige politiek

Op 13 mei 2006 verscheen in dagblad Trouw een artikel van Boris van der Ham  over D66. Over het bestaansrecht, over de lijsttrekkersverkiezingen en over inhoudelijke vernieuwing. Ik vind het een uitstekend stuk dat m.i. uitstekend weergeeft wat de bestaansgrond van D66 is. Vandaar dat ik het hier overneem, met dank aan Boris.

“D66 staat er niet goed voor. De partij staat laag in de peilingen en worstelt met de vraag: waartoe zijn wij op aarde? Het is interessant te zien dat de felste tegenstanders van D66 dat soms het beste kunnen aangeven. Het orthodox-protestantse blad ‘het Reformatorisch Dagblad’ plaatste ooit een groot artikel over D66 met als titel ‘De architect van het Nieuwe Nederland’. Uitgebreid werd ingegaan op de successen van D66: de keuzevrijheid van ouders voor de scholen van hun kinderen, zelfbeschikking in medisch-ethische zaken, medezeggenschap voor werknemers, en gelijke berechtiging van vrouwen en homoseksuelen. Met ongenoegen moest het blad constateren dat Nederland door D66 ‘een van de meest progressieve landen in de wereld is’. Onbedoeld werd de kracht van de partij getoond: het opkomen voor individuele ontplooiing van mensen. Het plaatst alle andere bekende D66-thema’s in perspectief: De focus op onderwijs, maar ook de verdediging van de vrijheid van meningsuiting en onze sterke internationale inslag met de nadruk op mensenrechten.

Ook het vernieuwen van de politiek en het bestuur vloeit hieruit voort. Waar D66 in de jaren zestig individuele mensen wilde bevrijden van de bedwelmende eenheidsworst van de verzuiling, worden vandaag de dag nog steeds mensen in oneigenlijke korsetten geduwd. Het huidige integratiedebat scheert mensen vaak over één kam; In de gezondheidszorg en de sociale zekerheid worden mensen slachtoffer van algemene bepalingen, steriele tijdroosters en verdrinken door gebrek aan persoonlijke aandacht in de massa of verdwijnen naamloos in statistieken. Als ergens de noodzaak voor D66, ‘bestuurlijke vernieuwing’ en individuele ontplooiing samenkomen, is het wel hier.

Met deze opdracht op zak moet de partij ook kritisch durven kijken naar een aantal van de huidige standpunten.

Allereerst moet D66 duidelijk kiezen voor een onafhankelijke koers. D66 kan daarvan uit onderwerpen aansnijden waar anderen de aandacht of de moed niet voor hebben: voor een ondogmatisch en ambitieus milieubeleid of maatregelen voor de vergrijzing waar Wouter Bos nog zelfs te voorzichtig in is. D66 moet niet mee willen doen met de ideologische schijngevechtjes tussen de grote politieke partijen of de potige rechtlijnigheid van antipartijen als Wilders, Verdonk en de SP. Waar D66 zich de afgelopen decennia daar toch heeft laten verleiden, herkende de kiezer zich prompt niet meer in de partij. D66 moet vrijzinnig zijn: Niet bozig en ‘anti’, maar optimistisch en rationeel.

D66 dient die onafhankelijkheid ook kiezen ten aanzien van het kabinetsbeleid. De sociaal-economische vernieuwingen van het kabinet waren prima, maar juist D66 moet beseffen dat elk systeem, hoe mooi je het ook had bedacht, feilbaar is en uitzonderingen kent. Het ergerlijke aan dit kabinet, is echter dat bij elke vorm van kritiek men de verdediging kiest. Ook moet D66 herbezinnen op het heilige mantra van de ‘keuzevrijheid’. Door de wirwar van informatie en mogelijkheden vindt immers niet iedereen zijn weg. D66 moet hier een actief sociaal beleid voorstaan. Die onafhankelijkheid moet ook getoond worden ten aanzien van het asielbeleid. Verdonk moet haar belofte om definitieve duidelijkheid te geven aan de uitgeprocedeerde asielzoekers vóór 1 juli gestand doen.

Ook op het punt van de democratische vernieuwing is bezinning nodig. Waarom moet elke provincie en gemeente op de zelfde manier bestuurd worden? Ook de voortgaande privatiseringen van overheidsdiensten moet worden gestuit. Steeds vaker stelt de overheid dat mensen hun burgerschap maar moeten vormgeven met hun portemonnee in plaats van met hun stemrecht. Maar waarom zou de kiezer de politiek nog vertrouwen als ze nergens meer over gáán?

D66 heeft een belangrijke missie. De moeilijke tijd waarin D66 zich nu bevindt kan echter louterend zijn bij het bevestigen ervan. Laat de lijsttrekkersverkiezingen de komende weken dus niet alleen laten gaan over uitstraling, stijl en atmosfeer, maar vooral over de inhoud.

Nummer 23

Zaterdagochtend klokslag negen uur ging de telefoon. Ik was net op om me voor te bereiden op een paar uur in de stad staan in het kader van onze permanente campagne. In de mail van eerder deze week werd gemeld dat die kandidaten die hoog op de lijst staan het eerst gebeld zouden worden, zodat ze zich konden melden in Wageningen. Daar zou Alexander de eerste tien van de lijst ontvangen voor een lunch. Zo’n telefoontje om 9 uur doet je dan even denken dat je een spectaculaire sprong op de lijst hebt gemaakt. Van twintig naar tien misschien. Het is plaats 23 geworden, zei een vriendelijke stem. En gefeliciteerd want het betekent dat je in alle kieskringen op de lijst staat.

Oké, dacht ik. Drie plaatsen gezakt. Toch een kleine teleurstelling. Maar goed, als het er om gaat maakt het niets uit of het nou 20 of 23 is. Die kamerzetel zit er helaas niet in, hoewel we in ’94 24 zetels hadden. Dan moet er een wonder gebeuren. Rond elf uur, bij een kopje thee, de nrc van vrijdag en een boterhammetje luister ik naar Kamerbreed, naar Alexander. Hij doet het goed. Rustig met de accenten waar ze horen. Niet hijgerig over Turkse kandidaatkamerleden die van de lijst worden gehaald omdat ze voor hun achterban niet mogen zeggen dat de moord op honderdduizenden Armeniërs in 1915 genocide was. Fatma hoeft van hem niet te zeggen wat ze daar van vindt. Aandacht voor Europa, een open samenleving en aandacht voor onderwijs waarin veel meer moet worden geïnvesteerd. Ook de lof voor het verhaal van Lousewies bij de algemene beschouwingen was uitstekend. 

Ik hoor hem nog niet over de verrassende opmars van Bert Bakker en Boris van der Ham resp. naar de plaatsen drie en twee. We hebben nu drie mannen bovenaan en daarna drie vrouwen. Een mooi resultaat van de interne democratie. De leden hebben wel degelijk invloed met hun poststem. Het is een mooie lijst en ik sta op 23 en daar ben ik best trots op. Ik kreeg al een mailtje van de stichting ‘Het nieuwe stemmen’ om met voorkeurstemmen in de kamer te komen. Ik zou het willen, maar het lijkt me niet realistisch. 

Campagne voeren is leuk. Deze zaterdag staan we van een tot vier uur midden in de stad en praten met meer dan 150 mensen over het plan van het college in Nijmegen mensen op hun opgebouwde wachttijd te korten als ze een aangeboden huurwoning meer dan drie keer weigeren. Heel interessant en wat ik vooral merk is dat er nog steeds veel sympathie is voor D66. Die zes zetels moeten we kunnen halen. 

 

Reageer